Subnavigatie
Weblog Mariëtte Pennarts
Er zijn nog vele wachtenden voor u...
Ieder kind op de wachtlijst is er een teveel. Maar de praktijk is weerbarstig: in 2011 stonden er bijna 3.000 kinderen op de wachtlijst voor behandeling bij een jeugdzorginstelling.
Wachtlijsten ontstaan niet alleen vanwege onvoldoende capaciteit bij instellingen. Er staan ook kinderen op de wachtlijst die om andere redenen niet kunnen instromen. Bijvoorbeeld omdat zij nog ergens anders in zorg zijn of nog onvoldoende gemotiveerd voor een behandeling. Wij houden in de provincie Utrecht deze gegevens bij omdat het veel waardevolle informatie geeft over de aard van de wachtlijst.
Het grootste risico van een wachtlijst is dat er kinderen op staan waarbij het niet verantwoord is dat zij geen zorg ontvangen. Daarom worden alle kinderen bij de start door Bureau Jeugdzorg gescreend. Als er sprake is van urgentie dan krijgt het kind alsnog de benodigde zorg. Daarnaast wordt gekeken of kinderen ter overbrugging een alternatieve vorm van zorg kunnen krijgen. Daarmee wordt de kans verkleind dat kinderen onverantwoord wachten op Jeugdzorg.
Onderzoek door een aantal Rekenkamers concludeert dat provincies een onvolledig beeld geven van de wachtlijsten. Kinderen die wachten en geen zorg ontvangen en kinderen die tijdens het wachten alternatieve behandeling krijgen, zouden permanent gemonitord en gerapporteerd moeten worden of er sprake is van onverantwoord wachten. Provincies antwoorden daarop dat de afspraken met de minister hierin niet voorzien. Extra rapportages zijn kostbaar omdat er veel tijd in gaat zitten. Tijd die jeugdwerkers beter kunnen besteden aan het begeleiden van cliënten. Het is namelijk niet zo dat er geen oog is voor kinderen die wachten op jeugdzorg. Er continu overleg met instellingen waarbij de inzet is kinderen zo snel mogelijk van de wachtlijsten af te krijgen.
Het cynische aan de discussie over de wachtlijsten is dat alle partijen willen dat wachttijden zo kort mogelijk is. Het verschil van mening zit hem in de oplossing: meer rapportage (en dus meer inzicht) of inzetten op ruimte voor professionals. De provincies kiezen voor het laatste.
Zoek en vind…
Het geheim van de Nieuwe Hollandse Waterlinie: ze is er wel, maar soms moet je goed zoeken. Niet alles is direct zichtbaar in het landschap, je moet op een aantal plekken echt vantevoren weten waar je naar op zoek moet. Als je aan de Waterlinie denkt, dan denk je vooral aan forten. Maar de Linie is meer dan dat: groepsschuilplaatsen, kazematten etc. Met informatieborden, (fiets)routes en opgeknapte forten proberen we de Nieuwe Hollandse Waterlinie beter zichtbaar te maken. En dat doen we ook door veel activiteiten te organiseren die samenhangen met de Waterlinie.
Vanaf 21 april, als de vleermuizen uit hun winterslaap zijn, start het evenementenseizoen weer. In Utrecht word afgetrapt met een spectaculaire lichtshow: Licht op de Linie waarbij de vier Utrechtse forten Lunet 1 t/m 4 op bijzondere wijze worden uitgelicht.
Op veel forten is de komende maanden wat te beleven. Maar niet overal op grote schaal: op sommige plekken is de flora en fauna zo bijzonder dat de openstelling beperkt is. Fort Rhijnauwen is zo’n plek. Niet standaard toegankelijk maar op afspraak te bezoeken met een gids van Staatsbosbeheer. Vorig jaar ben ik daar geweest en ik vond het een bijzondere ervaring. Een imposant fort in een doodstille omgeving met prachtige natuur. En de gidsen van SBB kunnen er heel boeiend over vertellen!
In onze dichtbevolkte provincie komt het natuurlijk ook voor dat Waterlinie-belangen botsen met andere projecten. Zo heeft de geplande verbreding van het Lekkanaal bij Nieuwegein gevolgen voor restanten van de Waterlinie in dat gebied. Het is dan de kunst om de belangen goed op elkaar af te stemmen. Gezamenlijk kijken de betrokken partijen hoe de schade voor de Waterlinie zo beperkt mogelijk blijft en welke compensatie er mogelijk is.
Dat is belangrijk omdat de Nieuwe Hollandse Waterlinie voor de komende 15 jaar op de nominatie staat als UNESCOerfgoed. Criteria daarvoor zijn ‘uitzonderlijke universele waarden, draagkracht en draagvlak voor instandhouding’. Beloning is internationale belangstelling voor de Waterlinie en meer kansen voor ondernemerschap. En dat is weer een mooie opsteker voor alle zakelijke partijen die betrokken zijn bij de forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Niet voor niets is de slogan: Behoud door Ontwikkeling!
Leuk, of toch niet?
Met een vette knipoog maakte il Luster een filmpje van anderhalve minuut over Utrecht 2018. Hierin figureren ‘bekende Utrechters’ zoals Joris Linssen en Henk Westbroek als de rivaliserende kandidaatsteden die zich voor een jury presenteren. Waar anderen de plank net mis slaan, steelt Utrecht de show met de slogan ‘ik ben 18’. Een geinige viral die de bedoeling heeft om mensen te prikkelen en hen nieuwsgierig te maken naar het ‘echte verhaal’.
Niet iedereen bleek er zo over te denken. Er was de afgelopen dagen dan ook wat gedoe: “Is dit wel de juiste manier om ons te profileren?” vroegen sommigen zich af. En ook collega-kandidaat-culturele-hoofdstad Maastricht liet weten not amused te zijn over het feit dat zij werden weggezet als prins Carnaval in pofbroek.
Het filmpje is maar een van de vele middelen die worden ingezet om te laten zien dat we in een spannende competitie zitten. Een wedstrijd die we willen winnen. Uiteraard met een eigen, overtuigend verhaal. Dat verhaal wordt nu geschreven in de vorm van een uitdagend bidbook. Het gaat over een provinciestad die zich in rap tempo ontwikkelt naar middelgrote Europese stedelijke regio. De kernvraag is: hoe dragen we Utrecht over aan de volgende generaties. En welke rol speelt cultuur daarbij.
Het bidbook moet de jury overtuigen dat Utrecht aan Europa (en de wereld) het meest te bieden heeft als Culturele Hoofdstad 2018. Over hoe we de jury willen imponeren is ook een filmpje gemaakt. Dat heet ‘The Pitch’ en vindt u hier.

Kasteelroman
Pronken of ploeteren, wat is het meest van toepassing op eigenaren van een buitenplaats? Als je de gelijknamige dvd bekijkt, dan blijkt het vaak een mix van beiden te zijn. Trotse bezitters van buitenplaatsen hebben meestal niet alleen hun hart maar ook hun leven verpand aan hun imposante bezit. Een buitenplaats bewonen en onderhouden is in deze tijd geen eenvoudige opgave.
De provincie Utrecht is ‘kampioen buitenplaatsen’: we hebben er ruim 270! Die buitenplaatsen vormen samen een lint langs de Vecht (gemeente Stichtse Vecht) en over de Heuvelrug (gemeente Utrechtse Heuvelrug). Het zijn romantische huizen met mooi aangelegde tuinen. Ze spreken tot de verbeelding van heel veel mensen. Iedereen wil zich toch wel eens voor even kasteelheer of kasteelvrouw wanen. Dat gevoel kreeg ik zeker toen ik op bezoek was in kasteel Loenersloot, dat nu wordt gerestaureerd door het Utrechts Landschap. Maar ook Slot Zuylen en Kasteel Amerongen zijn bijzondere plekken door de combinatie van een prachtig interieur en een wijdse groene omgeving.
Ik heb waardering voor de bereidwilligheid van veel buitenplaatseigenaren om hun huizen en tuinen regelmatig open te stellen voor bezoekers. Dit zorgt niet alleen voor een bijdrage in de kosten van beheer en onderhoud, maar vooral dat mensen zich betrokken voelen bij dit beeldbepalende erfgoed. Het is weliswaar particulier bezit, maar tegenwoordig in veel gevallen toegankelijk zodat iedereen ervan kan genieten. Vooral nu (2012 is het landelijk jaar van de Historische Buitenplaats) is er heel veel te zien en te beleven. Meer informatie over buitenplaatsen en de activiteiten die daar plaatsvinden, vindt u hier.
Als provincie grijpen wij het Jaar van de Historische Buitenplaats aan als moment om de kwaliteiten van de Utrechtse buitenplaatsen breed onder de aandacht te brengen. En een aantal Utrechtse gemeenten doet daar enthousiast aan mee. We denken bijvoorbeeld mee over rendabel exploiteren van buitenplaatsen en over de ruimtelijk aspecten zoals het behoud en beheer van de tuinen en parken. In Nederland hebben wij daar ook een traditie in. Al in de 17e eeuw reisden Nederlandse hoveniers met bootladingen bomen naar Rusland om daar de karakteristieke Hollandse (symetrische) tuinen aan te leggen.
Wie meer wil weten over buitenplaatsen in Nederland, moet zeker het boek De Buitenplaats en het Nederlands Landschap lezen, dat binnenkort verschijnt. Het bevat prachtige foto’s en achtergrondverhalen over de ontstaansgeschiedenis van buitenplaatsen. Vaak gaat dat over burgers met geld en een verlangen naar schoonheid. En hoe die elkaar vinden en versterken. Net als in een kasteelroman.
Ik ben 18!
Sinds een paar maanden draag ik een button met ‘Ik ben 18’. Een paar keer heb ik de opmerking naar mijn hoofd gekregen; ‘you wish’. En ze hebben nog gelijk ook! Ik hoop namelijk echt dat Utrecht in 2018 Culturele Hoofdstad wordt. De ‘Ik ben 18’ slogan spreekt deze Utrechtse ambitie uit.
Culturele Hoofdstad is in omvang te vergelijken met de Olympische Spelen, maar dan van cultuur. Dat is niet mis. Als we winnen staan we in 2018 een jaar lang internationaal en nationaal in de schijnwerpers. Een jaar lang festivals, feesten, voorstellingen en tentoonstellingen van wereldformaat voor iedereen. Dat vind ik niet alleen een erkenning voor ons rijke culturele aanbod maar is ook goed voor het toerisme. Voor onze musea en theaters, maar ook voor onze winkeliers, cafés en hotels. Het is een geweldige impuls voor de economie van de stad. En niet alleen in de stad Utrecht, ook in Amersfoort, Woerden, De Bilt, Ronde Venen worden er bijzondere activiteiten georganiseerd. Maar wat vooral belangrijk is: na een jaar houdt het niet ineens op. Bij succesvolle eerdere culturele hoofdsteden bleek dat het effect lang nagalmt. Vergelijk het met het goede gevoel dat je nog lang hebt na een fantastisch concert of een mooi toneelstuk. Bewoners zijn trots op hun stad, succesvolle samenwerkingsverbanden blijven bestaan en dat zorgt voor een blijvende impuls in het culturele - en ondernemersklimaat.
Maar voordat het zover is moeten we hard aan de slag. En dat gebeurt ook met hart en ziel. Want we hebben concurrenten en je kan het dus zien als een wedstrijd. Utrecht moet concurreren met Maastricht, Den Haag, Leeuwarden en Eindhoven naar de titel. In 2013 wordt bekend wie het wordt, maar voor die tijd moet wordt er gewerkt aan een ijzersterk bidbook. Met dat bidbook moet de jury overtuigd worden dat Utrecht alles in zich heeft om Culturele Hoofdstad te worden.
Als we willen winnen moeten we goed en duidelijk aangeven wat het onderscheidend vermogen van de regio Utrecht is. Utrecht is een jonge stad met een interessant verleden. Een stad die in snel tempo verandert van provinciale dienstenstad naar een internationaal georiënteerde regio van kennis en cultuur. Broedplaats van creativiteit en klaar voor de toekomst. Daarom ook het symbool 18. Het staat voor toekomst, belofte, groei. We willen met die ambitie niet alleen een voorbeeld voor Europa zijn, maar ook een Europees voorbeeld aan de wereld.
Het vraagt een flinke investering om Culturele Hoofdstad te worden. Allereerst om een mooi cultureel programma neer te zetten. Dat kan alleen als heel veel partners willen meedenken en meedoen. Gemeenten, bedrijven, culturele instellingen, iedereen moet zijn steentje bijdragen. Vooral met inzet en ideeën, maar natuurlijk is er ook financiële steun nodig. In Utrecht willen wij dit bereiken door samenwerking tussen overheden en andere partners zoals bedrijven, organisaties en inwoners. Daar gaan we nu al mee aan de slag. Wij hebben minder budget dan andere kandidaten, maar onze ambitie is er niet minder om. Een mooi voorbeeld vind ik de Culturele Koop Zondag. Samen met de winkeliers in de binnenstad organiseert Culturele Zondagen op zondag 25 maart een spetterend cultuuravontuur. Geen Utrechter kan er meer omheen: Utrecht heeft een ambitie en die heet Culturele Hoofdstad van Europa 2018! Het winkelende publiek wordt deze Culturele (koop)Zondag getrakteerd op vele optredens, voorstellingen en een schat aan 2018-acties.
Voordat het 2018 is, laten we in Utrecht al zien dat we in staat zijn om een cultureel evenement met internationale uitstraling te organiseren. In 2013 vieren we namelijk de Vrede van Utrecht. En het mooie is: in dat jaar wordt ook officieel bekendgemaakt welke stad zich in 2018 Culturele Hoofdstad mag noemen. Ik reken erop dat dat Utrecht wordt. En tot die tijd loop ik trots met mijn button op.

Cultuurhuis
“We hebben goud in handen”, zei een enthousiaste spreker bij de feestelijke en drukbezochte opening van het cultuurhuis van Woudenberg. Wat mij betreft heeft hij daar groot gelijk in, maar goud moet je wel wrijven om te laten glanzen!
De gemeente Woudenberg heeft 2,6 mln. euro geïnvesteerd in een prachtige voorziening: bibliotheek, VVV, cultuur- en cursusproject, oudheidsvereniging en Rabobank onder 1 dak. Een plek voor ontmoeting, inspiratie, kennis en cultuur, zoals de overkoepelende stichting het in haar visie heeft geformuleerd. Ik was uitgenodigd om een toost uit te brengen en nadat het mannenkoor het Woudenbergs volkslied had gezongen, hebben we met z’n allen het glas geheven op de mooie aanwinst voor de gemeente.
In de periode 2006-2009 had de provincie budget beschikbaar om de oprichting van cultuurhuizen mede mogelijk te maken. Aan 22 projecten is een subsidie gegeven van tweehonderdduizend euro. Voorwaarde voor deze steun was dat het cultuurhuis multifunctioneel is en tenminste een bibliotheekvoorziening heeft. Inmiddels zijn er 13 cultuurhuizen geopend, de rest volgt de komende 2 jaar.
Nu de eerste cultuurhuizen een paar jaar draaien, hebben wij onderzocht of ze naar tevredenheid functioneren. Wat blijkt, is dat een actieve rol van de gemeente cruciaal is. Als de gemeente zich terugtrekt na oplevering van het cultuurhuis, dan is samenwerking tussen de diverse partijen lastig. Het risico ontstaat dat de ‘eigen organisatie’ voor gaat waardoor er van meerwaarde door samenwerking weinig overblijft.
Het is natuurlijk jammer als de glanzende toekomst van een cultuurhuis uitdraait op een sukkelend bestaan. Wie glans wil moet wrijven. Met andere woorden: voor een bruisend cultuurhuis moet je blijven investeren in de samenwerking. Daarbij is de rol van de gemeente en het stichtingbestuur enorm belangrijk. Zij moeten de regie nemen; verbindingen leggen en de participanten stimuleren. En die actieve rol begint met het besef dat je goud in handen hebt!
UNESCO-ster voor wegwerkzaamheden
Dwars door de stad Utrecht loopt een weg van ruim 2000 jaar oud. Die weg heet de Limes en loopt van Engeland tot aan de Zwarte zee. Als je op het Domplein 5 meter naar beneden graaft, dan sta je op de fundamenten van die weg.
Als het aan de stichting Domplein2013 ligt, kunnen we over een paar jaar weer exact op de plek staan waar de Limes door Utrecht liep. Op het Domplein daal je dan af naar beneden en tussen de fundamenten van de Domkerk loopt de oude weg. Dat zal gegarandeerd een bijzondere ervaring worden! Maar zover is het nog niet: de financiële impact is groot en ingewikkeld. Het is daarom fantastisch nieuws dat staatssecretaris Zijlstra voor Duitsland en Nederland de Unesco-status aanvraagt voor de Limes. Een Unesco-nominatie is de michelinster voor erfgoed. Wij hopen dat dit leidt tot nog meer belangstelling voor de Limes.
De Limes is de Romeinse weg die loopt van Engeland (Hadrians wall,1 miljoen bezoekers per jaar!), via Nederland, Duitsland en Hongarije naar de Zwarte zee. Hiermee wordt de bovenkant van het Romeinse Rijk gemarkeerd. In Nederland zijn drie provincies betrokken bij het ‘herstellen’ van de Limes: Zuid-Holland, Utrecht en Gelderland. Samen hebben wij een commissie die als doel heeft om de Limes weer ‘tot leven te roepen’ voor het publiek. Ik ben aanspreekpunt voor de communicatie en om die reden mocht ik pasgeleden bij Radio 1, samen met Theo van Wijk een toelichting geven op de Limes.
De Europese subsidie van 83.000 euro die we onlangs ontvingen, was dus zeer welkom en wordt goed besteed. Onder andere aan een website. Ook op Fort Vechten in Bunnik is aandacht voor de Limes. Hier zat namelijk vroeger Castellum Fectio, een Romeins fort dat in het landschap nog zichtbaar is. Het is vast niet toevallig dat op dit punt twee verdedigingslinies elkaar kruisen: de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Limes. Maar voordat alles in volle glorie zichtbaar is, hebben we nog heel wat wegwerkzaamheden te verrichten.
Controle
67 schriftelijke vragen ontving ik, vooruitlopend op onze discussie over jeugdzorg. Statenleden wilden ter voorbereiding op het debat alvast wat zaken helder hebben. Dit typeert de betrokkenheid van onze commissie WMC bij de transitie van de jeugdzorg die in 2015 zal plaatsvinden.
De woordvoerders legden de nadruk op de begeleiding vanuit de provincie naar gemeenten. Zorgen wij ervoor dat er voldoende kennis wordt overgedragen? Is het huidige jeugdzorgaanbod voldoende toegesneden op de nieuwe inkoopsituatie, als gemeenten de opdrachtgever worden? Het zijn zomaar een paar vragen die aan de orde kwamen, maandag 13 februari.
De fracties zijn er nog niet gerust op dat gemeenten voldoende overzien welke taken er op hen afkomen. Dat vind ik een begrijpelijke vrees, want het is voor gemeenten nog allerminst zonneklaar hoe zij de jeugdzorg precies gaan organiseren. Bovendien krijgen zij veel meer jeugdzorgtaken dan alleen de provinciale jeugdzorg. Ik heb de commissie toegezegd dat zij in juni een kadernotitie krijgen aangeboden die een goed beeld zal geven van de provinciale visie op de transitie van de jeugdzorg. En die laat zien op welke wijze en met welke middelen wij aan de slag willen.
Wat we in ieder geval nu al weten is dat er de komende jaren veel energie gaat zitten in het organiseren van meer preventieve jeugdzorg. Als je er op tijd bij bent, heb je immers de meeste kans dat zwaardere zorg overbodig is. Dat leidt tot minder leed in gezinnen en tot minder kosten voor de overheid. Gemeenten moeten dit voor hun inwoners realiseren.
Afhankelijk van de grootte van een gemeente, zal er voor sommige jeugdzorgbehoeften moeten worden samengewerkt. Uiteraard kan een gemeente als Zeist meer zorgaanbod inkopen dan een gemeente als Renswoude. Met samenwerken is niets mis en bij complexe jeugdzorg zelfs beslist noodzakelijk. Maar waar ik weleens over pieker, is de democratische controle hierop. Gezamenlijk opdrachtgeverschap of gezamenlijke inkoop krijgt vaak vorm via een gemeenschappelijke regeling. Vergelijk het met de GGD of de milieudienst. Hoe kan een gemeenteraad daar doeltreffend invloed op uitoefenen? Als ik zie hoe scherp Provinciale Staten hun kaderstellende en controlerende taak uitoefenen, dan hoop ik dat ook gemeenteraden hiertoe in staat worden gesteld. De opdracht hiervoor ligt met name bij de wethouders. Bij gebrek aan rechtstreekse controle zullen zij hun gemeenteraad adequaat moeten informeren en betrekken. In het belang van de kwaliteit van de jeugdzorg.
De staat van Utrecht
10 gemeenten onderzoeken deze week of zij een duurzaamheidsscan van hun gemeente kunnen maken. Dit kun je zien als een denkbeeldige foto waardoor ze een beeld krijgen van diverse aspecten van duurzaamheid. Hoe staat de gemeente er voor als het gaat om veiligheid, gezondheid, economie of klimaat?
Deze scan is onderdeel van de duurzaamheidsmonitor en helpt om de koers te bepalen. Want hij laat zien hoe de gemeenten scoren op punten die voor hen belangrijk zijn. Door de meting na 2 jaar te herhalen kun je bekijken of je het juiste beleid inzet, of met de juiste partners samenwerkt.
Wat ik mooi vind aan de duurzaamheidsmeting is dat je hem alleen kunt uitvoeren samen met je partners. Een gemeente of provincie is nooit alleen verantwoordelijk voor sociale participatie, kwaliteit van de natuur, de openbare ruimte, etc. Een duurzaamheidsmeting legt de basis voor samenwerking. Bij de provincie Utrecht heeft dat geleid tot een netwerk van organisaties en bedrijven die elkaar inspireren en willen werken aan een duurzame regio.
De provincie Utrecht heeft in 2008 en 2010 een duurzaamheidsmeting uitgevoerd. Dat gebeurde in samenwerking met Telos, een instituut dat dit onderzoek ook voor Brabant, Zeeland en Limburg uitvoert. Evenals voor een aantal gemeenten. Op basis van indicatoren wordt gekeken hoe de regio presteert. Daar wordt vervolgens een oordeel aan verbonden in de vorm van rode kaarten (onacceptabel), gele en groene kaarten. De hoogste score is goud: maatschappelijk optimaal. Dat is meestal het lange-termijn-doel.De kunst is om indicatoren te kiezen die meetbaar zijn en waarvan de uitkomsten ook de mogelijkheid bieden om te sturen. Een rode kaart op het gebied van diversiteit, moet voor meerdere partners aanleiding zijn om in actie te komen. Denk, in ons geval, aan provincie, LTO, natuurorganisaties, waterschappen, gemeenten en bedrijven. Op deze wijze ontstaan nieuwe samenwerkingsverbanden.
In 2014 willen wij onze duurzaamheidsmonitor ‘de Staat van Utrecht’ voor de derde keer uitbrengen. Zodat we samen met partners in de regio de balans kunnen houden tussen people, planet en profit. Wil je ons nu al volgen of meedoen? Sluit je aan via onze website www.utrecht2040.nl, volg ons op twitter of discusseer mee via linkedin!
Co-creatie
Cultuurpunten sparen met de cultuurkaart of toch de business-versie van ‘adopteer een kunstenaar’? Dit waren slechts 2 van de 8 goede ideeen die aan het eind van de co-creatie cultuurbattle aan de jury werden gepresenteerd.
De deelnemers van het jong talent programma organiseerden deze bijeenkomst waar 78 deelnemers een dag lang hun kennis en inzet beschikbaar stelden om mee te werken en te denken over cultureel ondernemerschap. En wat mij aangenaam verraste: er waren veel deelnemers ‘van buiten’!
En gewerkt moest er worden! De hele dag waren er professionals beschikbaar om de teams met hun kennis bij te staan. De deelnemers schreven een business-case voor hun idee en moesten vervolgens de informatie omzetten in een ultrakorte pitch van 3 minuten.
Samen met Marjolein van Bommel van Het Filiaal, Dirk Houtgraaf van RCE en Rianne Brouwers van onze eigen organisatie zat ik in de jury. We baseerden ons oordeel op 8 flitsende pitches waarin antwoord kwam op de vraag: Hoe kunnen de culturele sector, de markt en de maatschappij ervoor zorgen dat bedrijven en burgers een bijdrage leveren aan cultuur? Dat leverde originele plannen en ideeen op: een TV-serie (All you need is culture), met je bedrijf of afdeling een verbindtenis aangaan met een kunstenaar, een kunst/cultuur marktplaats, verhuur van leegstaande winkelpanden aan kunstenaars, een kunstcommunity op internet etc.
Onze jury-focus was of de plannen voldoende concreet, opschaalbaar, werkbaar, origineel en lange-termijn houdbaar waren. Dat was nog een hele toer! We kozen uiteindelijk voor de Utrechtse CultuurKaart. Hiermee kunnen mensen punten sparen voor culturele evenementen. Die punten sparen zij o.a. door theaterbezoek, vrijwilligerswerk of via aankopen van, bijvoorbeeld, aangesloten boekwinkels. Wij vonden het een mooi idee omdat je hier ook van tijd geld kunt maken. Daarmee is het bereikbaar voor een hele brede doelgroep.
De prijs bestond uit een beker en de belofte dat het winnende idee serieus onderzocht wordt op haalbaarheid. We bieden een podium en hopen op een vliegende start!
Ik vond het een inspirerende bijeenkomt met een indrukwekkende opbrengst. Wat mij betreft gaan we het instrument co-creatie toepassen op nog veel meer provinciale vraagstukken.

