Meer waardering voor stilte in stedelijk gebied

Het werd op 15 maart ineens stil. De maatregelen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, zorgden voor langdurig geparkeerde auto’s, afgelaste evenementen en vliegtuigen die aan de grond bleven. Voor stadspsycholoog Sander van der Ham was dit de start van een interessante periode. Hij doet, samen met stadsmaker Martine Sluijs, al enige tijd onderzoek naar stille plekken in stedelijk gebied. Een onderzoek waar de provincie Utrecht aan meebetaalt. Welke blijvende effecten de maatregelen tegen het coronavirus hebben, kan Sander moeilijk zeggen, maar een ding weet hij zeker: “De tijd van onbekommerd gebruik van de publieke ruimte is voorlopig voorbij.”

Sander van der Ham HR PU

Met het onderzoek ‘’De Stille Stad’ wil Sander ervoor zorgen dat er genoeg plekken zijn waar mensen ‘uit’ kunnen staan. Plekken waar je tot rust kunt komen en je even kan terugtrekken. “De publieke ruimte is de laatste jaren steeds meer onder druk komen te staan en stille plekken verdwenen”, zegt Sander. “Meer inwoners, festivals, bootcamps en toerisme maakten de buitenruimte steeds drukker. Het coronavirus bracht deze ontwikkeling tot stilstand en liet steden verlaten achter.”

Samen een plek maken

Sander is al veertien jaar stadspsycholoog en een ‘placemaker’ in hart en nieren. Hij begeleidt processen die leiden tot plekken waar het fijn is om te komen, waar leuke dingen gebeuren. “Dit doen we normaal gesproken door mensen die rondom een plek wonen en werken samen te brengen met betrokken woningcorporaties, de gemeente, en soms ook met kunstenaars en stadsmakers”, vertelt Sander. “Zo werken we via ‘placemaking’ samen aan een plek waar zij zich thuis voelen en waar zij invloed op hebben. En hoewel het bij elkaar brengen van mensen door het coronavirus moeilijker is geworden, zie ik wel kansen.”

Buurt belangrijker

Sander merkt dat nu we meer thuis zijn, mensen hun buren beter leren kennen. “Ik zie ook dat we onze buurt belangrijker zijn gaan vinden en dat de stap kleiner is geworden om er iets voor te willen doen. Dat biedt als placemaker kansen om, ondanks de coronamaatregelen, aangename plekken te maken met de buurt. Het samenbrengen van mensen kan via online meetings of fysieke bijeenkomsten in kleine groepjes. En je kunt natuurlijk prima op gepaste afstand een-op-eengesprekken voeren op de stoep. Daar experimenteren we nu mee.”

De tijd van onbekommerd gebruik van de publieke ruimte is voorlopig voorbij.

Stadspsycholoog Sander van der Ham

Reuring

Placemaking levert doorgaans veel ideeën voor reuring op: “Zoveel mogelijk activiteit op een plek, zodat er iets te beleven valt”, vertelt Sander. “De foodtrucks, theater op straat en picknickplekken kwamen als eerste op tafel. Maar de tijd van het onbekommerde, onbezorgde gebruik van de publieke ruimte is door corona voorlopig voorbij. In dat opzicht komt die vorm van placemaking even tot stilstand. Nu we meer rust in de publieke ruimte ervaren is het een goed moment om na te denken of we in die ruimte blijvend meer rustigere plekken kunnen maken. Door de coronamaatregelen is er meer waardering voor plekken waar je niet met heel veel mensen hoeft te zijn om het leuk te hebben. Het brengt het gesprek op gang over wat een goede balans is tussen rust en reuring.”

Meer dan geluid

Tijdens de coronacrisis bleek eens te meer dat de ene stille plek de andere niet is. “Een lege, ‘unheimische’ winkelstraat geeft bijvoorbeeld helemaal geen rust”, zegt Sander. “Dat is voor ons het bewijs dat stilte over veel meer gaat dan geluid. Een van de beginvragen van ons onderzoek is, of er met al die reuring in de stad nog wel genoeg rustige plekken overblijven.

Dat vraagstuk kreeg door de intelligente lockdown een interessante wending. Meteen zag je dat de publieke ruimte anders werd gebruikt, parken en natuurgebieden werden drukker. Zonder het gezoem van de autowegen en zonder het vliegtuiglawaai hoorden we weer de vogels fluiten en de wind door de bomen waaien. Ik merk dat mensen hierdoor de stilte in de stad herontdekt hebben en ervaren dat je hier ook tot rust kunt komen. Ik hoop dat dit effect blijvend zal zijn.”

Frontstage en backstage

Wanneer Sander het heeft over de balans tussen rust en reuring maakt hij onderscheid tussen ‘frontstage’ en ‘backstage’ plekken. “Op de frontstage plekken staan we als mens ‘aan’, daar hebben we contact, zijn we benaderbaar”, legt hij uit. “Backstage staan we ‘uit’, maken we geen contact en kunnen we onze gedachten op een rij zetten. Die balans tussen frontstage en backstage zie je al een tijdje verdwijnen in de maatschappij en de coronacrisis versnelt dit proces.

Stadsmaker Martine Sluijs

Martine noemt het de digitale frontlinie waar veel mensen op dit moment in zitten, iets wat behoorlijk vermoeiend is. Het gebruik van de telefoon, laptop en het bijhouden van social media is veel intensiever geworden. Daar komt nog eens bij dat het allemaal thuis gebeurt. Je ziet dat er hierdoor veel meer behoefte is om naar buiten te gaan, om de rust op te zoeken en even alleen te zijn. Terwijl je voor de coronatijd juist naar huis ging als je rust wilde.”

Blijvende impact

Gaat de coronacrisis het creëren van stille plekken in stedelijk gebied blijvend veranderen? “Ik hoop het”, zegt Sander. Daarbij gaat het volgens hem niet alleen over stille plekken, maar ook over vragen als: voor wie is de stad en wie heeft recht op de publieke ruimte? “Er blijkt opeens een heleboel te kunnen. Steden over de hele wereld bouwen autowegen om tot fietspaden en halen parkeerplaatsen weg om stoepen te verbreden. Ik denk niet dat die steden dit snel gaan terugdraaien. Het onderzoek naar de stille stad kan hierop meeliften. Voor ons ligt er een uitdaging om juist nu die balans tussen rust en reuring bij gemeenten onder de aandacht te brengen wanneer zij plannen voor hun stad maken.”

Hulpmiddelen

Het onderzoek ‘De Stille Stad’ moet drie hulpmiddelen (tools) gaan opleveren. De analyse gaat inzicht geven in het belang en effect van stille plekken. Hierbij worden persona’s (omschrijvingen van bepaalde typen mensen) ontwikkeld, die ambtenaren, ontwikkelaars en stadsmakers kunnen helpen om in de huid te kruipen van verschillende typen mensen om zo passende stille plekken voor hen te maken. Een ontwerptool moet ontwerpers handvatten geven om bij het ontwikkelen van gebieden al rekening te houden met stille plekken. In het derde hulpmiddel, de co-creatietool, is een hoofdrol weggelegd voor wie actief betrokken is bij stille plekken. “Vanuit mijn ervaring als placemaker weet ik dat het belangrijk is dat mensen zich verbonden voelen met de eigen omgeving en invloed kunnen hebben op de inrichting daarvan”, zegt Sander.

Overheid als hoeder, aanjager en facilitator

De overheid kan volgens Sander een grote rol spelen bij het beschikbaar maken en houden van stille plekken: “De provincie Utrecht ziet het belang al door een deel van ons onderzoek te financieren”, zegt hij. “Ik ben daar heel blij mee. Als je als overheid namelijk niet stuurt op het proces, verdwijnt de balans tussen rust en reuring. Dat kun en wil je voor zijn. Ik zie de rol van de overheid vooral op drie gebieden, namelijk als hoeder van bestaande stille plekken, aanjager van nieuwe initiatieven en als partij die co-creatie faciliteert. Uiteraard moeten we voor dit laatste punt afwachten hoe het coronavirus zich verder ontwikkelt.”

Voor ons ligt er een uitdaging om juist nu die balans tussen rust en reuring bij gemeenten onder de aandacht te brengen wanneer zij plannen voor hun stad maken.

Stadspsycholoog Sander van der Ham

De komende maanden gaan Sander en Martine flink aan de slag met het onderzoek. Ze hopen niet alleen veel (straat)interviews te kunnen houden, maar ze gaan ook op zoek naar gemeenten die partner van het onderzoek willen worden. “We merken dat gemeenten de ontwikkelingen rond het coronavirus afwachten”, zegt Sander. Dat is natuurlijk begrijpelijk, maar ik hoop toch dat gemeenten snel met ons mee gaan doen om plekken in de stad te maken waar je tot rust kunt komen. Juist nu ligt er een kans om grote stappen te zetten!”

Om een gezonde leefomgeving verder te ontwikkelen, ondersteunt de provincie Utrecht het onderzoek ‘De Stille Stad’ van Sander van der Ham en Martine Sluijs. Dit onderzoek levert nieuwe instrumenten op om bestaande stille plekken te verbeteren en nieuwe stille plekken te ontwerpen. Meer weten? Volg Sander van der Ham op LinkedIn  externe link. Benieuwd naar wat de provincie Utrecht nog meer doet om een gezonde leefomgeving te bevorderen? Kijk op de webpagina van het programma gezonde leefomgeving.