Provincie onderschrijft aanbevelingen Rekenkamer in tramrapport

Er waren meerdere oorzaken voor de vertraging van de ingebruikname van de vernieuwde SUNIJ-lijn, de tram van Utrecht naar Nieuwegein en IJsselstein. Dit concludeert de Randstedelijke Rekenkamer in het onderzoek waarvoor Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten opdracht gaven.

u-tram

De Rekenkamer ging daarnaast na in welke mate er in lijn wordt gewerkt met aanbevelingen uit eerder uitgevoerde onderzoeken naar het project Uithoflijn. De provincie Utrecht onderschrijft de bevindingen en aanbevelingen uit het rapport en gebruikt deze voor de verdere doorontwikkeling van de organisatie.

Achtergrond

In 2016 besloten Provinciale Staten (PS) van Utrecht tot de vernieuwing van de SUNIJ-lijn, een deelproject van de ‘Vernieuwde Regionale Tramlijn’ (VRT). De bedoeling was om de werkzaamheden in één buitendienststelling van twaalf weken in de zomer van 2020 uit te voeren. Om na afronding van de werkzaamheden aan de vernieuwde tramlijn te mogen starten met de exploitatie van de vernieuwde tramlijn, was een indienststellingsvergunning nodig. Voor het verkrijgen van deze vergunning bleek meer tijd nodig dan in de planning was voorzien.

Reactie provinciebestuur

Er is van het begin af aan een verkeerde inschatting gemaakt over de aard en omvang van de benodigde werkzaamheden voor het veiligheidsdossier. Dit dossier is van essentieel belang voor het verkrijgen van een indienststellingsvergunning. Deze bevinding uit het onderzoeksrapport zien Gedeputeerde Staten als de belangrijkste reden voor de vertraging. Deze fout, die te laat werd opgemerkt, leidde ertoe dat de reizigers niet op tijd van deze tramlijn gebruik konden maken. Het provinciebestuur betreurt dit zeer. Op het moment dat duidelijk werd dat de indienststellingsvergunning niet tijdig verkregen kon worden, en wat daarvan de gevolgen waren, hebben Gedeputeerde Staten zo snel en volledig mogelijk Provinciale Staten geïnformeerd over deze tegenslag.

Oorzaken voor de vertraging

De Rekenkamer heeft ook andere oorzaken gevonden voor de vertraging bij het verkrijgen van de indienststellingsvergunning. Zo constateert zij dat er binnen de projectorganisatie VRT te weinig kennis van en ervaring met veiligheidsdossiers was. En dat de projectbeheersing op dit punt onvoldoende was. Ook waren er tekortkomingen in de aansturing door de provincie en was de ambtelijke informatievoorziening over het veiligheidsdossier niet toereikend.

Verbetermaatregelen

Het provinciebestuur onderschrijft deze hoofdconclusie en geeft aan dat een deel van de voorgestelde verbetermaatregelen is geïmplementeerd of dat er een start is gemaakt met de implementatie ervan. Aangezien het project VRT al in 2016 van start is gegaan, kon voor dit specifieke deelproject (SUNIJ-ombouw) slechts een deel van deze verbetermaatregelen worden uitgevoerd.

Ook onderschrijft de provincie de aanbevelingen voor een betere projectbeheersing, in het bijzonder rond het veiligheidsdossier. Waar dat kan, worden deze aanbevelingen ingevoerd in de nog lopende delen van VRT, in andere relevante projecten en in de bredere organisatie. Daarbij is er vooral aandacht voor de wijze waarop de provincie projecten opzet en voor planning. Daarnaast worden stappen gezet in het versterken van de organisatiecultuur. De provincie werkt inmiddels met één ambtelijke sturingslijn. Hiermee wordt het risico op parallelle, niet op elkaar aangesloten informatielijnen richting de gedeputeerden verkleind.

Het provinciebestuur waardeert de grondige en heldere wijze waarop het onderzoek door de Rekenkamer is uitgevoerd. Hiermee is gehoor gegeven aan de opdracht zoals deze vanuit Provinciale Staten is meegegeven en waar Gedeputeerde Staten om hebben gevraagd. De transparante, coöperatieve samenwerking tussen het onderzoeksteam en de ambtelijke organisatie werd als zeer prettig ervaren. De overtuiging is dat dit mede zal leiden tot een gedragen resultaat, dat de provincie als basis zal gebruiken voor de verdere ontwikkeling als lerende organisatie, zo liet het bestuur weten in een reactie aan de Randstedelijke Rekenkamer.

Voor persinformatie:
miranda.mens@provincie-utrecht.nl06 53 21 55 01