Regelgeving: Beleidsregels buitenreclame provincie Utrecht 2007

Hier vindt u alle geldende regelingen; verordeningen en beleidsregels van het provinciebestuur van Utrecht.

Functies bij deze pagina

Subnavigatie

Regelgeving: Beleidsregels buitenreclame provincie Utrecht 2007

Beleidsregels buitenreclame provincie Utrecht 2007

Deze regeling is geldig sinds 28 april 2007 tot 26 maart 2011

In deze regelgeving

Wettechnische informatie

Gegevens van de Regeling

Type overheidsorganisatieprovincie
Naam overheidsorganisatie (creator):Utrecht
Websitehttps://www.provincie-utrecht.nl/
Citeertitel van de regelingBeleidsregels buitenreclame provincie Utrecht 2007
Officiële naam regelingBeleidsregels van gedeputeerde staten van Utrecht van 13 maart 2007, nr. 2007REG000623i, inzake het het vervallen van een aantal ontheffingen naar aanleiding van de verruiming van het Vrijstellingsbesluit borden provincie Utrecht 2003
Afkorting van de naam van de regeling 
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerp van de regelingnatuur en landschap, vergunningen/ontheffingen
Datum tot wanneer (een versie van) de regeling geldig is26 maart 2011
Bron

Algemene wet bestuursrecht, art. 4:81

Gedelegeerde regelgeving

Geen.

Opmerkingen m.b.t. de regeling

Deze beleidsregel is vervangen door: Landschapsverordening provincie Utrecht 2011.

Datum van inwerkingtreding van deze versie28 april 2007
Datum terugwerkende kracht van deze versie 
Betreft (aard van de regeling/wijziging)Nieuwe regeling
Datum ondertekening regeling13 maart 2007
Datum bekendmaking27 april 2007
Vindplaats bekendmakingProvinciaal blad, 2007, 18
Datum ondertekening inwerkingtredingbesluit13 maart 2007
Vindplaats bekendmaking inwerkingtredingbesluitProvinciaal blad, 2007, 18
Kenmerk2007REG000623i

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

InwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreft (aard van de regeling/wijziging)Datum ondertekening
Vindplaats bekendmaking
Datum ondertekening inwerking-tredingbesluit
Vindplaats bekendmaking inwerkingtredingbesluit
Kenmerk voorstel
28 april 2007 Nieuwe regeling13 maart 2007
Provinciaal blad, 2007, 18
13 maart 2007
Provinciaal blad, 2007, 18
2007REG000623i

Regeling

Gedeputeerde staten van Utrecht

Gezien het dereguleringsprogramma;

Gelet op hoofdstuk I van de Verordening bescherming natuur en landschap provincie Utrecht 1996 en het Vrijstellingsbesluit borden provincie Utrecht 2003;

Besluiten:

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.

In dit besluit wordt verstaan onder borden: opschriften, aankondigingen of afbeeldingen en constructies die zijn opgericht om de opschriften, aankondigingen of afbeeldingen te dragen of die daartoe geschikt zijn als bedoeld in artikel 2 van de Verordening bescherming natuur en landschap provincie Utrecht. 

Artikel 2.

  • 1. Voor objectgebonden borden geldt het Vrijstellingsbesluit borden provincie Utrecht 2003.
  • 2. Voor objectgebonden borden kunnen slechts ontheffingen worden verleend voor borden bij sportvelden welke met de afbeeldingen naar binnen zijn gericht.
  • 3. Voor niet-objectgebonden borden en objectgebonden borden worden, anders dan bedoeld in het eerste lid, geen ontheffingen verleend. 

Artikel 3.

Voor zover in afwijking van artikel 2 ontheffingen gelden, wordt dit gerespecteerd voor de duur van die ontheffing. Na afloop van de ontheffing geldt het Vrijstellingsbesluit borden provincie Utrecht 2003.

Artikel 4.

De beleidsregels buitenreclame provincie Utrecht 2003 worden ingetrokken. 

Artikel 5.

Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels buitenreclame provincie Utrecht 2007.

Hoofdstuk 2.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin het wordt geplaatst.

B. STAAL, voorzitter.
H.H. SIETSMA, secretaris.
 
Uitgegeven 27 april 2007
gedeputeerde staten van Utrecht,
namens hen
 
H.H. SIETSMA, secretaris.

Toelichting op de regeling

Toelichting

Algemeen

De Verordening bescherming natuur en landschap provincie Utrecht 1996 (hierna Vnl genoemd)stelt regels ter bescherming van natuurwetenschappelijke, landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden. Het instrument maakt onderdeel uit van het beleid dat vastgesteld is in het “Beleidsplan natuur en landschap provincie Utrecht” en is gericht op behoud, herstel en ontwikkeling van bovengenoemde waarden. De Vnl is gericht op ingrepen en werken die voor natuur, landschap, archeologie en cultuurhistorie nadelig kunnen uitpakken. Voor deze ingrepen en werken kent de Vnl een verbodstelsel verdeeld over drie hoofdstukken. Deze beleidsregels hebben alleen betrekking op hoofdstuk I, dat gaat over opschriften, afbeeldingen en aankondigingen.

Met betrekking tot dit hoofdstuk voert de provincie sinds 1986 een actief beleid in het gebied buiten de bebouwde kommen Wegenwet en gericht op de bescherming van de visuele belevingswaarde van het Utrechtse landschapschoon. Dit beleid wordt sinds die tijd door jurisprudentie ondersteund. Dit beleid en de gemaakte keuzes hierin zijn sinds 2003 als zodanig vastgelegd en bekendgemaakt. De beleidsregels zijn noodzakelijk om de keuzes en de samenhang tussen de handhaving, vrijstellingen en aanvragen om ontheffing aan te geven. Voor de handhaving van het bordenbeleid is consequent handelen absoluut noodzakelijk. Ter vereenvoudiging van de motivering van besluiten zijn de in de praktijk gemaakte keuzen en vaste gedragslijnen in deze beleidsregels vervat. Dit mede om een consequente en uniforme handhaving op basis van gelijkheid te waarborgen, waarbij ook rekening wordt gehouden met de mogelijkheden van precedentwerking die een handeling (of juist het achterwege laten daarvan) mogelijk tot gevolg kan hebben.

2. Provinciaal beleid.

Artikel 1a van de Vnl geeft de motiveringsgrondslag van de besluiten. Het wel of niet toelaatbaar zijn van een opschrift wordt geconcretiseerd door de toetsing van de landschapsbeïnvloedende factoren van de borden, zoals maatvoering, kleurstelling, locatie, situering in het landschap en aantallen, te relateren aan het landschapstype waarbinnen ze worden geplaatst, opdat het visueel-ruimtelijke beeld of de verschijningsvorm van dat landschap niet ontoelaatbaar wordt geschaad. Voorts is in deze afweging van belang de te verwachten of aanwezige precedentwerking, die landschappelijk zeer ongewenste consequenties kan hebben. Het dwingende karakter van artikel 1a, lid 1 van de Vnl biedt weinig ruimte om met andere belangen dan de belangen genoemd in dit artikel rekening te houden. In het beleid wordt onderscheid gemaakt in niet-objectgebonden borden en objectgebonden borden. In beide gevallen word geen ontheffing verleend, echter voor de objectgebonden borden is er het vrijstellingsbesluit.

De niet-objectgebonden borden hebben geen relatie met het gebruik van de onroerende zaak waarop zij zijn aangebracht. Ze kunnen op iedere willekeurige locatie worden geplaatst en staan daarbij dikwijls in de open groene ruimte. Door het ontbreken van deze omgevingsrelatie vindt altijd een onevenredige aantasting van de visuele belevingswaarde van het landschap plaats. Deze borden schaden de landschappelijke waarde onaanvaardbaar. Voorbeelden zijn bill- en megaboards, sandwichborden, weilandborden, lichtmastreclames, reclametorens, roadsigns, reclamedragende bushokjes, verwijsborden etc. Overtredingen worden direct na signalering gehandhaafd met als doel een snelle verwijdering van het bord, ter voorkoming van wildgroei. Vanwege de korte doorlooptijd heeft hier de strafrechtelijke handhaving de voorkeur.

Objectgebonden borden zijn borden die wel een relatie hebben met het gebruik van de onroerende zaak. Voor deze beleidscategorie hebben gedeputeerde staten een vrijstellingsbesluit genomen. Hierin zijn opgenomen de situaties waarvoor normaal gesproken individuele ontheffingen zouden kunnen worden afgegeven. Deze borden zijn geplaatst op het terrein van de (bedrijfs)vestiging, bij de inrit naar het gebouw of tegen de gevel van dat gebouw en hebben alleen betrekking op de in het gebouw uitgevoerde activiteiten. Het zijn ook tijdelijke borden op bouwplaatsen of bij wegwerkzaamheden. De borden verschijnen in velerlei vormen zoals borden aan palen, lichtbakken tegen gevels, beletteringen op muren en daken etc.

In de Vnl en het vrijstellingsbesluit zijn de criteria weergegeven van de situaties die de genoemde waarden niet onaanvaardbaar schaden. Het algemene uitgangspunt is dat van deze criteria afwijkende situaties in beginsel een onaanvaardbare aantasting van de natuurwetenschappelijke, cultuurhistorische en landschappelijke waarden met zich meebrengen en daarvoor geen ontheffing kan worden verleend. In dergelijke situaties is het beleid erop gericht het teveel of afwijkende borden te verwijderen door middel van handhaving.

Artikelsgewijze toelichting.

Artikel 1.

De vereenvoudig van een juridische formulering en de afstemming op het vrijstellingsbesluit.

Artikel 2

Artikel 2. Lid 1

In dit artikel is vastgelegd dat het teveel aan borden ten opzichte van het vrijstellingsbesluit een onaanvaardbare aantasting van de natuurwetenschappelijke, cultuurhistorische en landschappelijke waarden met zich meebrengen en daarvoor geen ontheffing kan worden verleend

Artikel 2. Lid 2

De enige uitzondering op de vaste gedragregel.

Artikel 2, lid 3

Borden zonder relatie met de onroerende zaak vormen altijd een onaanvaardbare aantasting van primair de landschappelijke waarde. Al sinds 1986 worden voor deze borden geen ontheffingen meer verleend.

Artikel 3.

Het artikel geeft aan dat indien in geldende ontheffingen meer is toegestaan dan het vrijstellingsbesluit nu toestaat het meerdere tot het moment van aflopen van de ontheffing mag worden behouden. Daarna moeten de borden overeenkomstig artikel 2, lid 2 in overeenstemming worden gebracht met het vrijstellingsbesluit.

Artikel 4.

De Beleidsregels buitenreclame 2003 zijn hiermee geactualiseerd en kunnen met dit besluit vervallen.

Versies van deze regeling

Deze regeling heeft geen andere versies