Regelgeving: Subsidieverordening statenfracties provincie Utrecht 2002

Hier vindt u alle geldende regelingen; verordeningen en beleidsregels van het provinciebestuur van Utrecht.

Functies bij deze pagina

Subnavigatie

Regelgeving: Subsidieverordening statenfracties provincie Utrecht 2002

Subsidieverordening statenfracties provincie Utrecht 2002

Deze regeling is geldig sinds 15 maart 2007 tot 14 december 2009

In deze regelgeving

Wettechnische informatie

Gegevens van de Regeling

Type overheidsorganisatieprovincie
Naam overheidsorganisatie (creator):Utrecht
Websitehttps://www.provincie-utrecht.nl/
Citeertitel van de regelingSubsidieverordening statenfracties provincie Utrecht 2002
Officiële naam regelingBesluit van Provinciale Staten van Utrecht van 20 maart 2003 tot subsidiëring van statenfracties, gewijzigd bij besluiten van 7 november 2005, prov. blad 43, 17 december 2007, prov. blad 2008, 2
Afkorting van de naam van de regeling 
Vastgesteld doorprovinciale staten
Onderwerp van de regelingbestuurlijke organisatie, subsidies
Datum tot wanneer (een versie van) de regeling geldig is14 december 2009
Bron

Provinciewet, art. 145

Gedelegeerde regelgeving

Geen.

Opmerkingen m.b.t. de regeling

Geen.

Datum van inwerkingtreding van deze versie15 maart 2007
Datum terugwerkende kracht van deze versie 
Betreft (aard van de regeling/wijziging)art. 4, 6
Datum ondertekening regeling17 december 2007
Datum bekendmaking21 januari 2008
Vindplaats bekendmakingProv. blad 2008, 2
Datum ondertekening inwerkingtredingbesluit17 december 2007
Vindplaats bekendmaking inwerkingtredingbesluitProv. blad 2008, 2
Kenmerki2007INT20045

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

InwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreft (aard van de regeling/wijziging)Datum ondertekening
Vindplaats bekendmaking
Datum ondertekening inwerking-tredingbesluit
Vindplaats bekendmaking inwerkingtredingbesluit
Kenmerk voorstel
14 november 2012 art. 110 september 2012
Provinciaal blad, 2012, 51
10 september 2012
Provinciaal blad, 2012, 51
80B1A553
18 april 2011 art. 1, 518 april 2011
Provinciaal blad, 2011, 27
18 april 2011
Provinciaal blad, 2011, 27
2011INT200285
14 december 2009 art. 1, 214 december 2009
Notulen Provinciale Staten van Utrecht, 2009-12-14
14 december 2009
Notulen Provinciale Staten van Utrecht, 2009-12-14
PS2009PS11
15 maart 2007 art. 4, 617 december 2007
Prov. blad 2008, 2
17 december 2007
Prov. blad 2008, 2
i2007INT20045

Regeling

Besluit van Provinciale Staten van Utrecht van 20 maart 2003 tot subsidiëring van statenfracties, gewijzigd bij besluiten van 7 november 2005, prov. blad 43, 17 december 2007, prov. blad 2008, 2. Gewijzigd bij besluit van 14 december 2009.
 
Provinciale staten van Utrecht;

Op het voorstel van de statenwerkgroep Dualisering van 16 december 2002, dienst/sector PSU/SGU, nummer 2003CGC000103i;

Gelet op artikel 145 van de Provinciewet;

Besluiten:

Artikel 1.

De fracties in provinciale staten ontvangen jaarlijks een financiële bijdrage als tegemoetkoming in de kosten voor hun functioneren.

De bijdrage is per kalenderjaar:

a) ⿬ 22.261,- voor de eerste zetel van een fractie;

b) ⿬ 1.670,- voor elke volgende zetel van een fractie.

De bedragen worden jaarlijks herzien aan de hand van het indexcijfer van lonen van volwassen werknemers voor de sector overheid voor verwerking van het effect van de inhoudingsmaatregelen, geldende voor de maand september.

De Algemene subsidieverordening provincie Utrecht 1998 is niet van toepassing.

 

Artikel 2.

Elke fractie is verplicht ervoor zorg te dragen dat de middelen waarop een fractie op grond van deze verordening recht heeft, kan worden overgemaakt naar de rekening van de rechtspersoon.

Bij het begin van elk kwartaal stort de provincie een vierde deel van de bijdrage voor de betreffende fractie op de voor haar bestemde rekening.

 

Artikel 3. (1)

De fracties besteden de bijdrage om hun volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol te versterken.

De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van:

a) uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en overige regelingen;

b) betalingen aan politieke partijen, met politieke partijen verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan ter vergoeding van diensten of goederen geleverd ten behoeve van de fractie op basis van een gespecificeerde, reële declaratie;

c) giften;

d) uitgaven welke bestreden dienen te worden uit vergoedingen die de leden ingevolge het Rechtspositiebesluit staten- en commissieleden toekomen;

 

Artikel 4.

(vervallen)

 

Artikel 5.

Indien een fractie wordt gesplitst dan word de oorspronkelijke bijdrage, bedoeld in artikel 1, voor de nieuwe fracties vastgesteld naar rato van het aantal leden verdeeld op basis van het oorspronklijke budget, met ingang van het eerstvolgende kwartaal nadat de splitsing in werking is getreden.

 

Artikel 6.

Elke fractie stelt een kascommissie in van minimaal 2 personen die de financiele verantwoording van het fractiebestuur controleert op rechtmatigheid, doelmatigheid en volledigheid en daarvan aantekening maakt.

Elke fractie dient vòòr 1 april van elk jaar bij Provinciale Staten een financieel verslag, het verslag van de kascommissie en een activiteitenverslag in over de besteding van haar bijdrage in het afgelopen kalenderjaar. In het jaar waarin verkiezingen worden gehouden dient elke fractie een financieel verslag en een activiteitenverslag over het voorafgaande jaar en de eerste drie maanden van het verkiezingsjaar vóór 1 mei. Indien genoemde verslagen niet tijdig worden ingediend, wordt de uitbetaling van de financiële bijdrage opgeschort tot aan de verplichting voldaan is.

De provinciale controler beoordeelt de juistheid van besteding van de verstrekte subsidies aan de statenfracties en rapporteert zijn bevindingen aan de griffier. De griffier doet een voorstel ter finale afdoening aan het fractievoorzittersconvent. Bij twijfel omtrent de aanvaardbaarheid van uitgaven in de zin van de onderhavige regeling beslissen Provinciale Staten.

Aan het eind van een statenperiode wordt een financieel verslag over de hele statenperiode opgemaakt. De verslagen dienen voor 1 mei van het jaar waarin de statenperiode afloopt te worden voorgelegd aan de griffier. Het saldo aan niet bestede provinciale middelen wordt uiterlijk aan het eind van het verkiezingsjaar geretourneerd aan de provincie.

Na de finale controle over de hele statenperiode worden de boeken gesloten.

 

Artikel 7.

De Regeling tot het verlenen van een tegemoetkoming in de kosten van werkzaamheden van statenfracties wordt ingetrokken.

 

Artikel 8.

Deze verordening treedt in werking met ingang van 21 maart 2003.

 

Artikel 9.

Deze verordening wordt aangehaald als: Subsidieverordening statenfracties provincie Utrecht 2002.

Aldus besloten in de vergadering van 17 december 2007,
voorzitter, B. Staal griffier, L.W.F. van Herwijnen,
 
1) wijziging van 7 nov. 2005.
 

 

Toelichting op de regeling

Artikel 1 Fractieondersteuning vindt zijn vorm in een financiële ondersteuning. De hoogte van het budget voor fractieondersteuning zal in de provinciebegroting moeten worden opgenomen en dus door provinciale staten worden vastgesteld. Gekozen is voor continuering van de systematiek om elke fractie een relatief omvangrijk basisbedrag te verstrekken (voor de eerste zetel in provinciale staten), met daar bovenop een relatief minder omvangrijk bedrag voor elke volgende zetel in provinciale staten. Onder een fractie wordt die groep van personen (of één persoon) verstaan waarvan de namen worden genoemd op de kieslijst van de laatstgehouden verkiezingen voor provinciale staten, waarbij met elke lijst van personen van de bedoelde kieslijst een politieke groepering wordt weergegeven. De totale omvang van het bedrag voor fractieondersteuning wordt met deze verordening bijna verdubbeld in vergelijking met de situatie die geldt tot en met 20 maart 2003. Hiermee wordt invulling gegeven aan de wens die provinciale staten op 11 april 2002 hebben uitgesproken met de vaststelling van de aanbevelingen van de eerste rapportage van de Werkgroep dualisme d.d. 20 maart 2002.

Artikel 2 De bijdrage kan niet aan natuurlijke personen uitgekeerd worden. Fracties hebben de vrijheid te kiezen hoe in dit verband een en ander wordt ingevuld. Een mogelijkheid is dat fracties zelf een stichting of vereniging in het leven roepen. Een andere mogelijkheid is dat fracties zich aansluiten bij een landelijk of provinciaal geregistreerde stichting of vereniging van de eigen politieke partij. Ook in dit laatste geval moet het wel mogelijk blijven dat de provinciale accountant zijn taak als bedoeld in artikel 6 tweede lid kan blijven uitoefenen.

Artikel 3 De fracties wordt grotendeels de vrijheid gelaten wat betreft de inhoudelijke besteding van de fractieondersteuning. Minimumvoorwaarde is wel dat de bijdrage besteed wordt aan statenwerkzaamheden. Verder is een aantal doelen genoemd waarvoor de bijdrage niet gebruikt mag worden. Daarmee wordt onder andere voorkomen dat met de bijdrage verkiezingscampagnes worden gefinancierd en dat statenleden hun eigen vergoeding voor het statenwerk uit het budget aanvullen. Opleidingen voor staten- en commissieleden dienen bekostigd te worden uit het daarvoor beschikbare individuele budget en dientengevolge ook niet uit de bijdrage voor fractieondersteuning. Tenminste 50% van de bijdrage moet worden besteed aan personele ondersteuning. Dit betekent automatisch dat maximaal 50% van de bijdrage kan worden besteed aan activiteiten. Onder activiteiten kunnen worden verstaan de organisatie door een fractie van bijeenkomsten, maar bijvoorbeeld ook kosten die samenhangen met de opbouw en het onderhoud van een fractie-website of kosten die samenhangen met verrichten van onderzoek door derden in opdracht van een fractie. Ook is het bijvoorbeeld mogelijk dat met de bijdrage deskundigheidsbevordering voor fracties kan worden bekostigd. Wel blijft de eis van controleerbaarheid voor de gehele bijdrage bestaan.

Artikel 4 De reserve bestaat uit het overschot van voorgaande jaren. Dit bedrag zal niet eindeloos mogen groeien. De reserve is dan ook aan een maximum gebonden. Op het moment dat bij verstrekking van middelen in het eerste kwartaal van een kalenderjaar het saldo hoger wordt dan de genoemde 130% wordt een dusdanig bedrag overgemaakt tot aan het niveau van de bedoelde 130%.

Artikel 5 Het spreekt vanzelf dat de bijdrage aangepast zal moeten worden aan veranderde verhoudingen in de staten. De regeling heeft tot gevolg dat fracties die kleiner worden (of geheel verdwijnen) nog tot aan het begin van het volgende kwartaal de oorspronkelijke bijdrage ontvangen. Voor fracties die groter worden (of nieuwe fracties) geldt de aangepaste bijdrage aan het begin van het volgende kwartaal. Dat betekent dat de totale bijdrage voor fractieondersteuning in een verkiezingsjaar hoger uitvalt dan in andere jaren. Dit is niet te vermijden. Een statenlid dat uit een fractie treedt, heeft geen recht op het basisbedrag per jaar, zoals bedoeld in artikel 1, lid 2 onder a. Het statenlid dat uit een fractie treedt, heeft uitsluitend recht op het persoonsgebonden bedrag, zoals bedoeld in artikel 1, lid 2 onder b.

Artikel 6 De controle van het verslag kan door de accountant meegenomen worden met de controle op de jaarrekening. Uit het verslag en de accountantsverklaring kan naar voren komen dat er een verrekening dient plaats te vinden. Als afwijking van de regeling wordt geconstateerd, zijn de sancties van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing (afdelingen 4.2.6 en 4.2.7).

Provinciale Staten, voorzitter, Mr B. Staal griffier, Drs W.L.F. van Herwijnen

 

Wijzigingsbesluit

Wijzigingsbesluiten

Besluit van Provinciale Staten van Utrecht
van 17 december 2007 i2007INT20045 tot
wijziging van de Subsidieverordening
statenfracties provincie Utrecht 2002

Op het voorstel van hun voorzitter;

Overwegende dat gebleken is dat de verordening op een aantal onderdelen voor verbetering
vatbaar is ten behoeve van een eenduidige en beoordeelbare toepassing;

Besluiten:

Artikel 1

Artikel 4 komt te vervallen.

Artikel 2

Artikel 6 komt te vervallen in plaats daarvan komt een nieuw artikel 6 met de volgende
redactie:
1. Elke fractie stelt een kascommissie in van minimaal 2 personen die de financiële
verantwoording van het fractiebestuur controleert op rechtmatigheid, doelmatigheid
en volledigheid en daarvan aantekening maakt.
2. Elke fractie dient vòòr 1 april van elk jaar bij Provinciale Staten een financieel verslag,
het verslag van de kascommissie en een activiteitenverslag in over de besteding van haar
bijdrage in het afgelopen kalenderjaar. In het jaar waarin verkiezingen worden gehouden
dient elke fractie een financieel verslag en een activiteitenverslag over het voorafgaande
jaar en de eerste drie maanden van het verkiezingsjaar vóór 1 mei. Indien genoemde verslagen
niet tijdig worden ingediend, wordt de uitbetaling van de financiële bijdrage opgeschort
tot aan de verplichting voldaan is.
3. De provinciale controler beoordeelt de juistheid van besteding van de verstrekte subsidies
aan de statenfracties en rapporteert zijn bevindingen aan de griffier. De griffier doet een
voorstel ter finale afdoening aan het fractievoorzittersconvent. Bij twijfel omtrent de aanvaardbaarheid
van uitgaven in de zin van de onderhavige regeling beslissen Provinciale
Staten.
4. Aan het eind van een statenperiode wordt een financieel verslag over de hele statenperiode
opgemaakt. De verslagen dienen voor 1 mei van het jaar waarin de statenperiode afloopt
te worden voorgelegd aan de griffier. Het saldo aan niet bestede provinciale middelen
wordt uiterlijk aan het eind van het verkiezingsjaar geretourneerd aan de provincie.
5. Na de finale controle over de hele statenperiode worden de boeken gesloten.

Artikel 3

Dit besluit treedt met terugwerkende kracht tot 15 maart 2007 in werking.

R.C. ROBBERTSEN, voorzitter.

L.C.A.W. GRAAFHUIS, griffier.

Uitgegeven 21 januari 2008

gedeputeerde staten van Utrecht,

namens hen

H.H. SIETSMA, secretaris

Besluit van provinciale staten van Utrecht van 7 november 2005 tot wijziging van de Subsidieverordening statenfracties provincie Utrecht 2002,

Op het voorstel van hun voorzitter;

Overwegende dat met de eerste ervaringen met de verordening gebleken is dat de verordening op een aantal onderdelen voor verbetering vatbaar is ten behoeve van een eenduidige en controleerbare toepassing;

Besluiten:

§ ARTIKEL 1

Artikel 3: Het tweede lid onder e van artikel 3 en het derde en vierde lid van artikel 3 komen te vervallen .

§ ARTIKEL 2

Artikel 4: In artikel 4 wordt ⿿130 %⿿ gewijzigd in ⿿100 %⿿.

§ ARTIKEL 3

Artikel 6 komt te vervallen. In de plaats daarvan komt een nieuw artikel 6 met de volgende redactie:

Elke fractie dient vóór 1 april van elk jaar bij provinciale staten een financieel verslag en een activiteitenverslag in over de besteding van haar bijdrage in het afgelopen kalenderjaar. Indien genoemde verslagen niet tijdig worden ingediend, wordt de uitbetaling van de financiële bijdrage opgeschort tot aan de verplichting voldaan is.
De provinciale accountant controleert de juistheid van besteding van de verstrekte subsidies aan de statenfracties en rapporteert zijn bevindingen aan de griffier. De griffier doet een voorstel ter finale afdoening aan het fractievoorzittersconvent. Bij twijfel omtrent de aanvaardbaarheid van uitgaven in de zin van de onderhavige regeling beslissen provinciale staten.
Aan het eind van een statenperiode worden een financieel- en een activiteitenverslag over de hele statenperiode opgemaakt. De verslagen dienen voor 1 mei van het jaar waarin de statenperiode afloopt te worden voorgelegd aan de griffier. Het saldo aan niet bestede provinciale middelen wordt geretourneerd aan de provincie.
Na de finale controle over de hele statenperiode worden de boeken gesloten.
§ ARTIKEL 4

Dit besluit treedt met terugwerkend kracht tot 21 maart 2003 in werking.

voorzitter,

griffier,

 

Toelichting op het wijzigingsbesluit

Toelichting op de wijzigingsbesluiten


Toelichting bij besluit van Provinciale Staten van Utrecht
van 17 december 2007 i2007INT20045 tot
wijziging van de Subsidieverordening
statenfracties provincie Utrecht 2002

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1

Doel van artikel 4 was voorkomen dat fracties enorme overschotten krijgen. Door elke vier
jaar af te rekenen is dit niet meer mogelijk. Er is derhalve geen reden om dit artikel, dat moeilijk
te controleren is, te handhaven.

Artikel 2

Bij de beoordeling van de jaarstukken van de fracties is gebleken dat de provinciale controler
als gevolg van wijzigingen op de verordening in 2002 niet meer kan controleren op rechtmatigheid,
doelmatigheid en volledigheid. En er kan slechts beperkt op juistheid worden gecontroleerd.
Dit wordt veroorzaakt doordat onderliggende bescheiden niet onderzocht worden.
Om toch controle op overheidssubsidies te hebben wordt een kascommissie ingesteld. Deze
commissie controleert het bestuur op rechtmatige en doelmatige uitgaven en op volledigheid
van de weergave van inkomsten, uitgaven, bezittingen en schulden in de jaarrekening.
Mocht er twijfel zijn over de aanvaardbaarheid van de uitgaven, dan kunnen de staten eisen
dat een diepgaand onderzoek plaats vindt.
In het jaar dat de verkiezingen plaats vinden kunnen fracties door de finale afrekening in liquiditeitsproblemen
kunnen komen. Om dat te ondervangen is hierbij geregeld dat fracties de
terugbetaling n.a.v. de finale afrekening kunnen uitstellen tot het einde van het kalenderjaar.
Tevens is geregeld dat het jaarverslag en financieel verslag over de eerste drie maanden in het
verkiezingsjaar gevoegd mogen worden bij de verslagen over het voorafgaande jaar en uiterlijk
1 mei ingediend kunnen worden. De volgende negen maanden van het verkiezingsjaar worden
dan het jaar daarop vòòr 1 april verantwoord.
De term provinciale accountant is niet juist en wordt vervangen door provinciale controler.

Toelichting bij besluit van provinciale staten van Utrecht van 7 november 2005 tot wijziging van de Subsidieverordening statenfracties provincie Utrecht 2002

Inleiding Op 20 maart 2003 hebt u besloten de Regeling tot het verlenen van een tegemoetkoming in de kosten van werkzaamheden van statenfracties in te trekken ten gunste van de Subsidieverordening statenfracties provincie Utrecht 2002. Nu de eerste ervaringen met de verordening zijn opgedaan is het goed de verordening tegen het licht te houden en verder te verfijnen. Na overleg met de fractiepenningmeesters en het fractievoorzittersconvent is besloten u voor te stellen de regeling op de aangegeven onderdelen te wijzigen. Een en ander bevordert een eenduidige toepassing en de controleerbaarheid van de uitvoering van de verordening.

Beoogd effect De ervaringen van het eerste jaar hebben geleerd dat er bepalingen zijn opgenomen die tot verschillende interpretaties kunnen leiden, dan wel waarvan het nut niet onderkend wordt. Tevens worden wel regels gesteld, maar wordt niet aangegeven welke sancties getroffen worden bij het niet naleven van die regels. Tenslotte wordt van een aantal begrippen niet omschreven wat met genoemde begrippen wordt bedoeld. De onderhavige wijzigingen hebben ten doel tot een eenduidige regeling te komen met heldere sancties bij het niet naleven van regels.

Argumenten De bepaling dat opleidingen voor staten- en commissieleden niet en deskundigheidsbevordering wel vergoed wordt levert interpretatieproblemen op. Voorgesteld wordt deze bepaling te schrappen. Voor de bepaling dat tenminste 50 % van de bijdrage besteed moet worden aan personele ondersteuning van de fractie is geen objectieve grond te onderkennen, reden waarom ook deze bepaling geschrapt. Daarentegen zijn de fractiepenningmeesters van mening dat het plafond aan saldo op de fractierekening, waarboven geen storting van de provinciale bijdrage meer plaatsvindt, lager vastgesteld mag worden. Bij de verplichting om voor 1 april een financieel- en activiteitenverslag in te dienen wordt de sanctie opgenomen dat de provinciale bijdrage bij het niet tijdig indienen van genoemde verslagen opgeschort wordt. Ook wordt voorgesteld aan het einde van de statenperiode een verslag over de gehele statenperiode te doen opmaken, waarna de boeken afgesloten kunnen worden. Een eventueel niet besteed saldo wordt geretourneerd aan de provincie.

Controle In de bestaande verordening is de bepaling opgenomen dat een externe accountant de op basis van de verordening verstrekte subsidies toetst op rechtmatigheid en doelmatigheid. Alvorens daartoe over te kunnen gaan zal een normen kader rechtmatigheidstoetsing moeten worden ontwikkeld en zal de accountant in vragen moeten treden of de aanwending in het ene geval wel en in het andere geval niet doelmatig is. In goed overleg met de accountant is het fractievoorzittersconvent de suggestie van de accountant voorgelegd de toetsing te beperken tot een toets of de bestedingen op basis van de verordening correct en in overeenstemming met de verordening zijn gedaan. Een toets die naar het oordeel van de accountant even goed in ⿿eigen huis⿿ kan worden gedaan, gezien de scheiding van verantwoordelijkheden tussen de provinciaal accountant en de griffie. In het fractievoorzittersconvent is derhalve besloten de controle op de bestedingen ingevolge de onderhavige verordening te laten plaatsvinden door de provinciaal accountant. Hij rapporteert zijn bevindingen aan de griffier. De griffier doet aan het fractievoorzittersconvent een voorstel ter afdoening. Zo twijfel bestaat over een besteding wordt dit ter finale beslissing voorgelegd aan uw staten. De op dit moment uit te voeren controle over de jaarstukken van 2003 en 2004 hebben ertoe geleid voor te stellen de wijziging van de verordening vast te stellen met terugwerkende kracht tot 21 maart 2003. Separaat wordt een voorstel ter afdoening aan het fractievoorzittersconvent over beide jaren aangeboden, met mogelijk een aanvullend voorstel richting uw Staten. Op deze wijze wordt een praktische invulling aan de controle gegeven, die ⿿ gezien de gescheiden verantwoordelijkheden ⿿ evenzeer zorgvuldig en onbevooroor-deeld kan worden uitgevoerd.

Financiën De voorgestelde wijzigingen leiden niet tot financiële effecten. Een te hoog rekeningsaldo van fracties of het te laat indienen van verslagen kan leiden tot een lagere financiële last voor de provincie.

Realisatie Gelet op het bepaalde onder vier wordt voorgesteld de regeling met terugwerkende kracht tot 21 maart 2003 vast te stellen.

Artikelsgewijze toelichting Op basis van bovengenoemde wijzigingen dienen ook in de artikelsgewijze toelichting aanpassingen te worden opgenomen. Onderstaand geven wij de integrale artikelsgewijze toelichting zoals die bij de gewijzigde verordening dient te worden opgenomen.

Artikel 1 Fractieondersteuning vindt zijn vorm in een financiële ondersteuning. De hoogte van het budget voor fractieondersteuning zal in de provinciebegroting moeten worden opgenomen en dus door provinciale staten worden vastgesteld. Gekozen is voor continuering van de systematiek om elke fractie een relatief omvangrijk basisbedrag te verstrekken (voor de eerste zetel in provinciale staten), met daar bovenop een relatief minder omvangrijk bedrag voor elke volgende zetel in provinciale staten. Onder een fractie wordt die groep van personen (of één persoon) verstaan waarvan de namen worden genoemd op de kieslijst van de laatstgehouden verkiezingen voor provinciale staten, waarbij met elke lijst van personen van de bedoelde kieslijst een politieke groepering wordt weergegeven. De totale omvang van het bedrag voor fractieondersteuning wordt met deze verordening bijna verdubbeld in vergelijking met de situatie die geldt tot en met 20 maart 2003. Hiermee wordt invulling gegeven aan de wens die provinciale staten op 11 april 2002 hebben uitgesproken met de vaststelling van de aanbevelingen van de eerste rapportage van de Werkgroep dualisme d.d. 20 maart 2002. Deze wens is ingegeven vanuit de keuze voor een statengriffie met een beperkte omvang. Deze keuze wordt gecombineerd met het voldoende equiperen van statenfracties, opdat zij in staat zijn om voor de politieke ondersteuning van het statenwerk zorg te dragen.

Artikel 2 De bijdrage kan niet aan natuurlijke personen uitgekeerd worden. Fracties hebben de vrijheid te kiezen hoe in dit verband een en ander wordt ingevuld. Een mogelijkheid is dat fracties zelf een stichting of vereniging in het leven roepen. Een andere mogelijkheid is dat fracties zich aansluiten bij een landelijk of provinciaal geregistreerde stichting of vereniging van de eigen politieke partij. Ook in dit laatste geval moet het wel mogelijk blijven dat de provinciale accountant zijn taak als bedoeld in artikel 6 tweede lid kan blijven uitoefenen.

Artikel 3 De fracties wordt grotendeels de vrijheid gelaten wat betreft de inhoudelijke besteding van de fractieondersteuning. Minimumvoorwaarde is wel dat de bijdrage besteed wordt aan statenwerkzaamheden. Verder is een aantal doelen genoemd waarvoor de bijdrage niet gebruikt mag worden. Daarmee wordt onder andere voorkomen dat met de bijdrage verkiezingscampagnes worden gefinancierd en dat statenleden hun eigen vergoeding voor het statenwerk uit het budget aanvullen. Wel blijft de eis van controleerbaarheid voor de gehele bijdrage bestaan.

Artikel 4 De reserve bestaat uit het overschot van voorgaande jaren. Dit bedrag zal niet eindeloos mogen groeien. De reserve is dan ook aan een maximum gebonden. Op het moment dat blijk dat bij verstrekking van middelen in het eerste kwartaal van een kalenderjaar het saldo hoger wordt dan de genoemde 100% wordt een dusdanig bedrag overgemaakt tot aan het niveau van de bedoelde 100%. In deze 100% worden niet opgenomen reserves waarover een fractie reeds beschikte bij inwerkingtreding van deze verordening en middelen die een fractie vergaart buiten de provinciale bijdrage om. Fracties zijn gehouden transparant te maken welke reserves c.q. middelen het betreft.

Artikel 5 Het spreekt vanzelf dat de bijdrage aangepast zal moeten worden aan veranderde verhoudingen in de staten. De regeling heeft tot gevolg dat fracties die kleiner worden (of geheel verdwijnen) nog tot aan het begin van het volgende kwartaal de oorspronkelijke bijdrage ontvangen. Voor fracties die groter worden (of nieuwe fracties) geldt de aangepaste bijdrage aan het begin van het volgende kwartaal. Dat betekent dat de totale bijdrage voor fractieondersteuning in een verkiezingsjaar hoger uitvalt dan in andere jaren. Dit is niet te vermijden. Een statenlid dat uit een fractie treedt, heeft geen recht op het basisbedrag per jaar, zoals bedoeld in artikel 1, lid 2 onder a. Het statenlid dat uit een fractie treedt, heeft uitsluitend recht op het persoonsgebonden bedrag, zoals bedoeld in artikel 1, lid 2 onder b.

Artikel 6 De controle vindt op basis van de jaarstukken plaats op juistheid van besteding van de bijdragen door de fracties. Deze controle wordt uitgevoerd door de provinciaal accountant, die zijn bevindingen rapporteert aan de griffier. Hij doet het fractievoorzittersconvent een voorstel tot afdoening en vaststelling van de jaarstukken en de accordering van de bestede bedragen. Rijzen m.b.t. daarvan twijfels dan wordt door de griffier een voorstel ter finale afdoening voorgelegd aan provinciale staten. Als afwijking van de regeling wordt geconstateerd, zijn de sancties van de Algemene wet bestuursrecht overigens van toepassing (afdelingen 4.2.6 en 4.2.7). Het activiteitenverslag dient zodanig inzicht te geven in de verrichte activiteiten dat vastgesteld kan worden dat de middelen besteed zijn in lijn met artikel 3 van de verordening. Indien aan het einde van de statenperiode of bij opheffing van een fractie blijkt dat niet alle provinciale middelen besteed zijn, dient het restant geretourneerd te worden aan de provincie.