Regelgeving: Verordening bezwaar, beroep en klachten provincie Utrecht 1996

Hier vindt u alle geldende regelingen; verordeningen en beleidsregels van het provinciebestuur van Utrecht.

Functies bij deze pagina

Subnavigatie

Regelgeving: Verordening bezwaar, beroep en klachten provincie Utrecht 1996

Verordening bezwaar, beroep en klachten provincie Utrecht 1996

Deze regeling is geldig sinds 13 juli 2010 tot 22 november 2011

In deze regelgeving

Wettechnische informatie

Gegevens van de Regeling

Type overheidsorganisatieprovincie
Naam overheidsorganisatie (creator):Utrecht
Websitehttps://www.provincie-utrecht.nl/
Citeertitel van de regelingVerordening bezwaar, beroep en klachten provincie Utrecht 1996
Officiële naam regelingBesluit van 15 september 1993, houdende vaststelling van de Verordening houdende regeling van de bezwaar- en beroepsprocedures
Afkorting van de naam van de regeling 
Vastgesteld doorprovinciale staten
Onderwerp van de regelingberoep, bezwaar
Datum tot wanneer (een versie van) de regeling geldig is22 november 2011
Bron

Provinciewet, art. 168

Provinciewet, art. 180

Provinciewet, art. 82

Algemene wet bestuursrecht, art. 9:14

Gedelegeerde regelgeving

Geen.

Opmerkingen m.b.t. de regeling

De historie bij het Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen is niet compleet. Er ontbreken wijzigingen tussen het ontstaan van de regeling en de eerste opgenomen wijziging daarvan.

Deze verordening is ingetrokken conform het besluit van gedeputeerde staten van 5 juli 2011, nummer 80938A45, en van provinciale staten van 19 september 2011, nummer PS2011BEM07, houdende regels voor bezwaar- en klachtprocedures. (Verordening bezwaarschriften en klachten provincie Utrecht)
Prov. blad 2011, 67

Datum van inwerkingtreding van deze versie13 juli 2010
Datum terugwerkende kracht van deze versie 
Betreft (aard van de regeling/wijziging)art.3, 5 t/m 14
Datum ondertekening regeling28 juni 2010
Datum bekendmaking12 juli 2010
Vindplaats bekendmakingProvinciaal blad, 2010, 35
Datum ondertekening inwerkingtredingbesluit28 juni 2010
Vindplaats bekendmaking inwerkingtredingbesluitProvinciaal blad, 2010, 35
Kenmerk2010BEM08

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

InwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreft (aard van de regeling/wijziging)Datum ondertekening
Vindplaats bekendmaking
Datum ondertekening inwerking-tredingbesluit
Vindplaats bekendmaking inwerkingtredingbesluit
Kenmerk voorstel
13 juli 2010 art.3, 5 t/m 1428 juni 2010
Provinciaal blad, 2010, 35
28 juni 2010
Provinciaal blad, 2010, 35
2010BEM08

Regeling

Besluit van 15 september 1993, Provinciaal blad nr. 35 van 1993, houdende vaststelling van de Verordening houdende regeling van de bezwaar- en beroepsprocedures (Verordening bezwaar en beroep provincie Utrecht 1994), zoals dit is gewijzigd bij besluit van 14 september 1994, Pb nr. 52/1994; 21 juni 1995, Pb nr. 23/1995*; 20 maart 1996, Pb nr. 14/1996, 14 oktober 1998, Pb nr. 33/1998, 23 juni 1999, Pb 1999, 18, en 8 december 2003, prov. blad 2004, 2;

Provinciale staten van Utrecht;

Op het voorstel van gedeputeerde staten van 8 juni 1993, dienst/bureau BSD/AJA, nr. 160005;

Overwegende dat het noodzakelijk is de behandeling door gedeputeerde staten en door de commissaris van de Koningin van administratieve geschillen, aan hun of zijn beslissing onderworpen, te regelen en dat het wenselijk is de behandeling van bezwaar- en beroepschriften die bij provinciale staten zijn ingediend aanvullend te regelen;

Gelet op de artikelen 170, 182, 146 en 150 van de Provinciewet;

Besluiten:

Hoofdstuk 1. Beroep op gedeputeerde staten.

Artikel 1.

1. Met de berichten van ontvangst van een bij gedeputeerde staten ingediend beroepschrift, bedoeld in artikel 6:14, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, wordt zo mogelijk direct, of anders zo spoedig mogelijk, de oproeping voor het horen aan belanghebbenden verzonden. Daarbij wordt meegedeeld:

- dat zij in de gelegenheid zullen worden gesteld te worden gehoord als bedoeld in artikel 7:16 van die wet;

- wanneer, waar en voor welke kamer die gelegenheid zal worden gegeven;

- gedurende welke termijnen het indienen van nadere stukken en het inzien van de stukken als bedoeld in artikel 7:18, eerste en tweede lid, van die wet mogelijk is en waar het inzien mogelijk is;

- en, indien zij daartoe heeft besloten, wie de kamer als getuigen of deskundigen zal oproepen als bedoeld in artikel 169 van de Provinciewet.

2. Indien het voornemen bestaat om in een zaak op de in artikel 172, eerste lid, van de Provinciewet bedoelde wijze uitspraak te doen, is het eerste lid niet van toepassing. Indien het voornemen is bekend gemaakt wordt de uitspraak niet gedaan voordat het voornemen onherroepelijk of verzet daartegen gegrond verklaard is. Van het horen van een indiener van een verzetschrift wordt een verslag gemaakt. Artikel 3, eerste en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

 

Artikel 2.

1. Indien door of namens de kamer een onderzoek is gedaan, wordt daarvan een rapport opgemaakt en wordt het rapport toegevoegd aan de stukken, bedoeld in artikel 7:18, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, tenzij artikel 7:23 van die wet van toepassing is.

2. De kamer of een lid daarvan kan op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve, vergezeld van degene die als haar griffier optreedt, een plaatselijke gesteldheid opnemen of zaken bezichtigen die niet of bezwaarlijk naar de hoorzitting kunnen worden overgebracht. Het eerste lid is van toepassing.

 

Artikel 3.

1. In het verslag van het horen, bedoeld in artikel 7:21 van de Algemene wet bestuursrecht, worden de samenstelling van de kamer, de namen van de opgeroepen belanghebbenden en van de aanwezige belanghebbenden, de namen van getuigen en deskundigen, hun getuigenis of rapport, alle door de belanghebbenden tijdens het horen aangevoerde argumenten en de eventueel gemaakte afspraken vermeld. Schriftelijke pleidooien en rapporten kunnen aan het verslag worden toegevoegd, indien de inhoud daarvan tijdens de hoorzitting volledig is vermeld.

2. Nadere schrifturen of bewijsstukken, aangeboden na de in artikel 7:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde termijn, worden slechts door de kamer in aanmerking genomen als de wederpartij daarmee instemt. Een aanbod en de instemming worden in het verslag vermeld.

3. Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter of door het lid van de enkelvoudige kamer en degene die als griffier van de kamer optreedt.

 

Hoofdstuk 2. Beroep op de commissaris van de Koningin.

Artikel 4.

Bij de behandeling door de commissaris van de Koningin van administratieve geschillen, aan zijn beslissing onderworpen, is hoofdstuk 1 van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van artikel 1, tweede lid.

 

Hoofdstuk 3. Bezwaar bij provinciale staten

Artikel 5. 

1. Er is een adviescommissie ten behoeve van de beslissing op bezwaren tegen besluitenvan provinciale staten. Zij wordt aangeduid als: Adviescommissie bezwaarschriften PS.

2. De commissie bestaat uit tenminste één voorzitter en tenminste twee leden.

3. De commissie is belast met de voorbereiding van de beslissingen van provinciale statenop tegen hun besluiten ingediende bezwaarschriften.

 

Artikel 6.

1. Provinciale staten benoemen een of meer voorzitters van de commissie.

2. Gedeputeerde staten benoemen de leden van de commissie nadat de commissieBestuur, Europa en Middelen uit provinciale staten kennis heeft kunnen nemen van devoordracht en hierover desgewenst opmerkingen heeft kunnen maken.

3. Een benoeming geldt voor een bepaalde termijn van ten hoogste vier jaar.Herbenoeming kan eenmaal plaatsvinden.

4. Een voorzitter of een lid kan voor de afloop van de termijn in onderling overleg schriftelijk ontslag nemen met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden.

5 Gedeputeerde staten kunnen de voorzitter en de leden schorsen. Provinciale statenheffen de schorsing op of ontslaan de voorzitter in hun eerstvolgende vergadering.

6 De voorzitter en de leden kunnen door provinciale staten onderscheidenlijk gedeputeerde staten worden ontslagen.

 

Artikel 7.  

1. Gedeputeerde staten wijzen een secretaris van de commissie aan.

2. De secretaris is voor zijn taakvervulling als zodanig uitsluitend verantwoording verschuldigdaan de commissie.

 

Artikel 8.

De voorzitters en leden regelen zelf de samenstelling van de commissie voor de behandeling van een bezwaarschrift..

 

Artikel 9.

1. De commissie beslist bij meerderheid van stemmen.

2. Zij kan buiten vergadering beslissen.

3. Voor het overige regelt zij zelf haar werkwijze.

 

Artikel 10.

1. De voorzitter leidt het horen.

2. Hij is jegens provinciale staten verantwoordelijk voor de kwaliteit van de adviezen van decommissie.

 

Artikel 11.

Provinciale staten verstrekken de commissie alle in verband met een bezwaarschrift van belang zijnde stukken en gegevens.

 

Artikel 12.

De vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 7:13, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is de voorzitter van de betrokken statencommissie. Hij kan afspraken maken in afwachting van de beslissing op het bezwaarschrift. Hij kan zijn taak overdragen aan een ander lid van provinciale staten of opdragen aan een lid van gedeputeerde staten of aan een andere provinciale functionaris.

 

Artikel 13.

1. De commissie zendt het advies, voor zover mogelijk met een ontwerp-besluit ter uitvoeringvan het advies en het verslag van het horen aan gedeputeerde staten.

2. Gedeputeerde staten zenden de stukken zo spoedig mogelijk aan provinciale staten,met inachtneming van hun verplichting mee te werken aan het handhaven van de beslissingstermijn,bedoeld in artikel 7:10 van de Algemene wet bestuursrecht. Zij kunnenopmerkingen bij het ontwerp-besluit meezenden. Indien de commissie geen ontwerpbesluitheeft toegezonden of een ontwerp waarvan zij heeft aangegeven dat het aanvullingbehoeft, zijn gedeputeerde staten belast met de voorbereiding van dat besluit of die aanvulling.

 

Artikel 13A.

1. Provinciale staten kunnen meer adviescommissies ten behoeve van de beslissing op bezwaren instellen. De commissies kunnen uit drie of vijf leden bestaan. De leden kunnen voor een bepaalde termijn worden benoemd.

2. Aan commissies als bedoeld in het eerste lid kunnen de taken van de commissie, bedoeld in artikel 5, worden opgedragen indien meer dan drie bezwaarschriften tegen een of meer besluiten van provinciale staten tegelijk moeten worden behandeld.

3. De opdrachten worden gegeven door de voorzitter van de commissie, bedoeld in artikel 5. De voorzitter coördineert de advisering door de commissies indien die eenzelfde besluit van provinciale staten betreft.

4. Voor het overige is het bepaalde in dit hoofdstuk ook van toepassing op de commissies, bedoeld in het eerste lid. Indien een commissie uit drie leden bestaat is artikel 9, eerste lid, niet van toepassing.

 

Hoofdstuk 4. Beroep op provinciale staten

Artikel 14.

Proviciale staten houden een register bij van ingediende bezwaarschriften, van de beslissingen daarop, van ingestelde beroepen en van de uitspraken daarop. Zij brengen hierover jaarlijks verslag uit.

Klachtencommissie.

 

Artikel 15.

1. Er is een klachtencommissie. De klachtencommissie wordt gevormd door de leden van de Awb-adviescommissie PS.

2. Voorzitter van de klachtencommissie is de voorzitter van de Awb-adviescommissie PS tot wiens gebied als bedoeld in artikel 7, derde lid, de ambtelijke organisatie behoort. Zijn vervangers zijn de krachtens dat lid aangewezen vervangers.

3. De artikelen 8 en 9 zijn van overeenkomstige toepassing.

 

Artikel 16.

1. De in afdeling 9.3 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure voor de behandeling van klachten wordt gevolgd.

 

Artikel 17.

1. Zodra naar tevredenheid van de klager aan diens klacht tegemoet is gekomen, vervalt de verplichting tot het verder toepassen van dit artikel.

2. Een mondelinge of schriftelijke klacht als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht wordt terstond ter kennis gebracht van of doorgezonden aan de klachtencommissie.

3. De voorzitter van de commissie beslist of de klacht zal worden behandeld door hem, door hem na overleg met de leden van de commissie of door de commissie.

4. De voorzitter kan de secretaris mandaat of machtiging verlenen tot het verrichten van handelingen namens hem.

 

Artikel 18.

1. De taken en bevoegdheden die krachtens de artikelen 9:6 tot en met 9:10 van de Algemene wet bestuursrecht aan het betrokken bestuursorgaan van de provincie zijn opgedragen en toegekend, worden uitgeoefend door de voorzitter indien hij de klacht behandelt of door de klachtencommissie indien zij de klacht behandelt.

2. De artikelen 2 en 3 zijn van overeenkomstige toepassing voor zover uit hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht niet anders voortvloeit.

3. De verdaging, bedoeld in artikel 9:11, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, kan worden gedaan door de voorzitter indien hij de klacht behandelt, door de commissie indien zij de klacht behandelt, en door het bestuursorgaan nadat het het rapport, bedoeld in artikel 9:15, vierde lid, van de wet, heeft ontvangen.

 

Artikel 19.

Alle personen die werkzaam zijn onder het gezag van het provinciaal bestuur geven de voorzitter dan wel de klachtencommissie alle gevraagde inlichtingen.

 

Artikel 20.

De klachtencommissie zendt jaarlijks een verslag van haar werkzaamheden aan provinciale staten. Artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur is van overeenkomstige toepassing.

 

Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 21.

  • 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag waarop de Algemene wet bestuursrecht in werking treedt.
  • 2. Zij kan worden aangehaald als: Verordening bezwaar, beroep en klachten provincie Utrecht 1996.
1) wijziging van 8 december 2003, in werking 30 januari 2004.

Toelichting op de regeling

geen

Wijzigingsbesluit

Besluit van provinciale staten van Utrecht van 8 december 2003, prov. blad 2004, 2, tot wijziging van de Verordening bezwaar, beroep en klachten vanwege de dualisering

Provinciale staten van Utrecht;

Op het voorstel van gedeputeerde staten van 11 november 2003, CS, nr. 2003CGC000444i;

Gelet op de artikelen 168, 180 en 82 van de Provinciewet en 9:14 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluiten:

Artikel I

De Verordening bezwaar, beroep en klachten provincie Utrecht 1996 wordt als volgt gewijzigd.

A

Het tweede en derde lid van artikel 5 komen te luiden:

  • 2. De commissie bestaat uit een voorzitter en zes leden. Voor ieder van de zes leden wordt een plaatsvervanger benoemd.
  • 3. De artikelen 54 en 55 van het Reglement van orde provincie Utrecht 2003 zijn van toepassing op het lidmaatschap van de zes leden en hun plaatsvervangers.

B

Artikel 6 vervalt.

C

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd.

  • 1. Het eerste lid komt te luiden:
  • 1. Gedeputeerde staten benoemen een of meer voorzitters van de commissie, in overeenstemming met het presidium van provinciale staten.
  • 2. Het tweede lid vervalt. Het derde tot en met vijfde lid worden vernummerd tot tweede tot en met vierde lid.

D

Artikel 11, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. De vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 7:13, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is de voorzitter van de betrokken statencommissie. Hij kan afspraken maken in afwachting van de beslissing op het bezwaarschrift. Hij kan zijn taak overdragen aan een ander lid van provinciale staten of opdragen aan een lid van gedeputeerde staten of aan een andere provinciale functionaris.

E

In artikel 13, tweede lid, komt de tweede volzin te luiden: Zij kunnen opmerkingen bij het ontwerp-besluit meezenden.

F

In artikel 15, tweede lid, wordt "artikel 7, vierde lid, vervangen door: artikel 7, derde lid.

Artikel II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin het wordt geplaatst (1).

Voorzitter, B. Staal Griffier, W.L.F. van Herwijnen

1) in werking 30 januari 2004.

 

Besluit van provinciale staten van Utrecht van 28 juni 2010, nr. 2010BEM08 tot wijziging van
de Verordening bezwaar, beroep en klachten provincie Utrecht 1996

Provinciale staten van Utrecht;

Gelezen het voorstel van gedeputeerde staten van 11 mei 2010, nr. 2010INT259617;

Gelet op de artikelen 146, 150, 170 en 182 van de Provinciewet;

Gelet op het besluit van provinciale staten van 14 december 2009, 2009INT200221, over de
benoeming van leden in de Adviescommissie bezwaarschriften PS;

Overwegende dat het wenselijk is de Verordening bezwaar, beroep en klachten provincie
Utrecht 1996 te wijzigen om in de adviescommissie die is ingesteld ten behoeve van beslissingen
op bezwaar leden te kunnen benoemen die geen deel uitmaken van provinciale
staten of haar commissies dan wel werkzaam zijn onder hun verantwoordelijkheid ;

Besluiten:

Artikel I

De Verordening bezwaar, beroep en klachten provincie Utrecht 1996 wordt als volgt
gewijzigd:

Hoofdstuk 3 komt te luiden als volgt:

Hoofdstuk 3
Bezwaar bij provinciale staten

Artikel 5
1. Er is een adviescommissie ten behoeve van de beslissing op bezwaren tegen besluiten
van provinciale staten. Zij wordt aangeduid als: Adviescommissie bezwaarschriften PS.
2. De commissie bestaat uit tenminste één voorzitter en tenminste twee leden.
3. De commissie is belast met de voorbereiding van de beslissingen van provinciale staten
op tegen hun besluiten ingediende bezwaarschriften.

Artikel 6
1. Provinciale staten benoemen een of meer voorzitters van de commissie.
2. Gedeputeerde staten benoemen de leden van de commissie nadat de commissie
Bestuur, Europa en Middelen uit provinciale staten kennis heeft kunnen nemen van de
voordracht en hierover desgewenst opmerkingen heeft kunnen maken.
3. Een benoeming geldt voor een bepaalde termijn van ten hoogste vier jaar.
Herbenoeming kan eenmaal plaatsvinden.
4. Een voorzitter of een lid kan voor de afloop van de termijn in onderling overleg schriftelijk
ontslag nemen met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden.
5 Gedeputeerde staten kunnen de voorzitter en de leden schorsen. Provinciale staten
heffen de schorsing op of ontslaan de voorzitter in hun eerstvolgende vergadering.
6 De voorzitter en de leden kunnen door provinciale staten onderscheidenlijk gedeputeerde
staten worden ontslagen.

Artikel 7
1. Gedeputeerde staten wijzen een secretaris van de commissie aan.
2. De secretaris is voor zijn taakvervulling als zodanig uitsluitend verantwoording verschuldigd
aan de commissie.

Artikel 8
De voorzitters en leden regelen zelf de samenstelling van de commissie voor de behandeling
van een bezwaarschrift.

Artikel 9
1. De commissie beslist bij meerderheid van stemmen.
2. Zij kan buiten vergadering beslissen.
3. Voor het overige regelt zij zelf haar werkwijze.

Artikel 10
1. De voorzitter leidt het horen.
2. Hij is jegens provinciale staten verantwoordelijk voor de kwaliteit van de adviezen van de
commissie.

Artikel 11
Provinciale staten verstrekken de commissie alle in verband met een bezwaarschrift van
belang zijnde stukken en gegevens.

Artikel 12
De vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 7:13, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht,
is de voorzitter van de betrokken statencommissie. Hij kan afspraken maken in
afwachting van de beslissing op het bezwaarschrift. Hij kan zijn taak overdragen aan een
ander lid van provinciale staten of opdragen aan een lid van gedeputeerde staten of aan een
andere provinciale functionaris.

Artikel 13
1. De commissie zendt het advies, voor zover mogelijk met een ontwerp-besluit ter uitvoering
van het advies en het verslag van het horen aan gedeputeerde staten.
2. Gedeputeerde staten zenden de stukken zo spoedig mogelijk aan provinciale staten,
met inachtneming van hun verplichting mee te werken aan het handhaven van de beslissingstermijn,
bedoeld in artikel 7:10 van de Algemene wet bestuursrecht. Zij kunnen
opmerkingen bij het ontwerp-besluit meezenden. Indien de commissie geen ontwerpbesluit
heeft toegezonden of een ontwerp waarvan zij heeft aangegeven dat het aanvulling
behoeft, zijn gedeputeerde staten belast met de voorbereiding van dat besluit of die
aanvulling.

Artikel 14
Proviciale staten houden een register bij van ingediende bezwaarschriften, van de beslissingen
daarop, van ingestelde beroepen en van de uitspraken daarop. Zij brengen hierover
jaarlijks verslag uit.

Artikel II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van het Provinciaal blad
waarin het wordt geplaatst.

Aldus vastgesteld in de (openbare) vergadering van provinciale Utrecht van 28 juni 2010.


R.C. ROBBERTSEN, voorzitter.

L.C.A.W. GRAAFHUIS, griffier.


Uitgegeven 12 juli 2010
Gedeputeerde Staten van Utrecht,
namens hen

H.H. SIETSMA, secretaris

 

Toelichting op het wijzigingsbesluit

De voorgestelde wijzigingen vloeien voort uit de dualisering van het provinciebestuur.

Artikel I

Onderdelen A en B: In de vorige Provinciewet was bepaald, bij artikel 149, dat beroepen op uw staten werden voorbereid door een door u te benoemen commissie. In de Verordening bezwaar, beroep en klachten is bepaald dat uw Awb-adviescommissie tevens eventuele beroepen voorbereid. Ook de adviescommissie moest dus door u worden benoemd. Bij de Wet dualisering provinciebestuur is artikel 149 geschrapt. De benoeming van de leden van de commissie kan dus nu op dezelfde manier plaatsvinden als die van alle andere commissies als bedoeld in artikel 82 van de Provinciewet, waar artikel 53, tweede lid, van het Reglement van orde van uit gaat. Bij artikel 54 van dat reglement is die taak aan uw voorzitter opgedragen, tenzij u de benoeming aan uzelf houdt. Artikel 55 van het reglement regelt het ontslag.

Onderdeel C: In het huidige artikel 7 van de verordening is bepaald dat u de, externe, voorzitters van de commissie benoemt. In de praktijk zijn dat steeds dezelfde personen geweest als die wij benoemen als voorzitters van onze Awb-adviescommissies. Wij stellen daarom voor de benoeming in uw commissie aan ons over te dragen. Dit vereenvoudigt de procedure. Uw belang bij de benoemingen kan worden behartigd door middel van de instemming van uw presidium

Onderdeel D: In artikel 11 is bepaald dat de betrokken gedeputeerde u vertegenwoordigt in een hoorzitting. Na de dualisering is de gedeputeerde geen statenlid meer en heeft hij formeel ook geen medeverantwoordelijkheid meer voor het besluit waartegen het bezwaar zich richt. Wij stellen daarom voor de vertegenwoordiging op te dragen aan de voorzitter van de betrokken statencommissie of een ander, door hem aan te wijzen, statenlid. Omdat de betrokken gedeputeerde of een ambtenaar vaak toch meer van een zaak zal afweten, stellen wij voor de mogelijkheid open te laten dat een van hen als vertegenwoordiger optreedt. Zij zijn dan wel uitsluitend verantwoording verschuldigd aan uw college en niet meer aan ons.

Onderdeel E: In het huidige artikel 13 staat dat wij amendementen op het voorstel van de adviescommissie kunnen indienen. Sinds de dualisering zijn onze leden echter geen leden meer van uw college. Het recht om onzerzijds amendementen in te dienen is daarmee vervallen. Wij stellen u voor in plaats daarvan de mogelijkheid te openen opmerkingen te maken.

Gedeputeerde staten,

Voorzitter, B. Staal Secretaris, H.H. Sietsma

 

Toelichting op het wijzigingsbesluit :
Besluit van provinciale staten van Utrecht van 28 juni 2010, nr. 2010BEM08 tot wijziging van de Verordening bezwaar, beroep en klachten provincie Utrecht 1996. Provinciaal blad 2010, 35

 Toelichting

Algemeen
Bij besluit van 14 december 2009, 2009INT200221, over de benoeming van leden in de
Adviescommissie bezwaarschriften PS, hebben provinciale staten (PS) besloten voor deze
commissie leden te werven die geen deel uitmaken van hun staten of haar commissies dan
wel werkzaam zijn onder hun verantwoordelijkheid. Voor de voorzitters van de commissie
geldt dit al.

Thans bestaat de commissie nog uit leden uit PS of haar commissies. Het benoemen van
externe leden in de commissie heeft als voordeel dat:
- het de onafhankelijke positie van de commissie vergroot;
- het de legitimatie van het advies in de richting van de bezwaarmaker sterker maakt;
- het leidt tot een gelijkwaardiger positie tussen bezwaarmaker en de vertegenwoordiger(s)
van PS.

Met wijziging van de regeling komt deze in grote lijnen overeen met het Besluit
Adviescommissie bezwaarschriften GS.

De benoeming van voorzitters is in handen van PS. Benoeming van leden wordt gedaan
door gedeputeerde staten (GS). Dat heeft een praktische achtergrond. Niet alleen kan het
gewenst zijn op relatief korte termijn nieuwe leden te benoemen, ook zullen de leden vaak
dezelfde zijn als die GS in haar bezwaarschriftencommissie benoemt. Voordat GS de leden
benoemen, leggen zij de voordracht voor aan de commissie Bestuur, Europa en Middelen
uit provinciale staten zodat deze commissie kennis kan nemen van de voordracht en hierover
desgewenst opmerkingen kan maken.
 

Versies van deze regeling

Deze regeling heeft geen andere versies