Met deze subsidie stimuleert de provincie Utrecht de verduurzaming van de Utrechtse melkveehouderij in het Groene Hart. Binnen het kader van het fieldlabproject kan met deze subsidie geëxperimenteerd worden met (doorbraak-)innovaties op het gebied van brongerichte emissiereducties. Er is geld voor zo’n 30 deelnemers. Fieldlab Groene Hart is de organisatie die, zodra een subsidie wordt toegekend, de deelnemende melkveehouders inhoudelijk ondersteunt, zorg draagt dat kennis wordt gedeeld, het monitoren en meten (mede) organiseert en als spin in het web fungeert waar het gaat om het leggen van verbindingen. Op deze pagina is meer informatie over het Fieldlab Groene Hart te vinden. Eind 2026 of begin 2027 zal er een nieuwe openstellingsronde zijn. Houdt u voor het aanbod de website van LaMi.nl en in de gaten.
Gedeputeerde Staten hebben het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG) 2026–2035 vastgesteld. In dit programma staat hoe de provincie de komende jaren werkt aan de opgaven voor natuur, water en bodem, klimaat en landbouw. Dit heeft gevolgen voor de bedrijfsvoering van veel agrariërs in de provincie Utrecht. De mate van aanpassing van de bedrijfsvoering (innoveren, extensiveren, verplaatsen en stoppen) hangt af van veel factoren.
Wat kunt u nu doen als agrariër?
Melkveehouderij
Elke melkveehouderij, gangbaar of biologisch, moet in 9 jaar (2027 t/m 2035) toewerken naar een emissieplafond voor ammoniak van 42 kg per hectare per jaar. Dit kan door een combinatie van voer- en managementmaatregelen (bijv. verlaging van het eiwitgehalte in het voer en in iets mindere mate het verhogen van het aantal uren weidegang), technische innovaties in de stal, mestopslag en mestaanwending en/of extensivering
De norm van 42 kg/ha/jaar wordt, bij een positief besluit van Provinciale Staten in november 2026, alvast opgenomen in de Omgevingsverordening van de provincie Utrecht. De norm is opgenomen als ‘stok achter de deur’. De norm gaat pas gelden op 1 januari 2030 als in 2029 blijkt dat er onvoldoende afname is in de sector volgens het reductiepad naar 46% minder ammoniak uitstoot vanuit de landbouwsector in 2035 t.o.v. 2019. De provincie kan dan vanaf 2036 op basis van cijfers uit 2035 gaan handhaven bij een melkveehouderij, als die niet voldoet aan het emissieplafond voor ammoniak van 42 kg/ha/jaar.
Vanaf 1 januari 2027 monitort een melkveehouder de ammoniakemissie naar de lucht van diens melkveehouderij en levert jaarlijks voor 31 mei bij Gedeputeerde Staten de volgende gegevens aan in een door Gedeputeerde Staten te bepalen bestandsformaat:
- De invoergegevens, de berekening en de uitkomsten van de berekening van de bedrijfsspecifieke emissie van ammoniak van het afgelopen kalenderjaar door middel van de voor dat jaar beschikbaar gestelde versie van het programma KringloopWijzer Melkvee;
- Het aantal uren weidegang van het afgelopen kalenderjaar;
- Het gewogen gemiddelde ureumgehalte van het afgelopen kalenderjaar.
Lees paragraaf 2.2 van Bijlage VIII bij het UPLG voor meer achtergrondinformatie hoe de norm van 42 kg/ha/jaar in 2035 tot stand is gekomen.
Voor de gronden in een Natura-2000 gebieden geldt, bij een positief besluit van Provinciale Staten in november 2026, vanaf 1 januari 2029 dat er geen dierlijke mest of kunstmest gebruikt mag worden, tenzij dit nodig is voor het natuurbeheer (het stikstofexclusiegebied). Op deze kaart staat over welke percelen het gaat.
Ook zijn diverse percelen in de N2000-gebieden aangewezen als gronden die essentieel zijn voor natuurontwikkeling. Eigenaren van essentiële percelen hebben de mogelijkheid om met subsidie zelf natuur te realiseren of zij kunnen hun gronden verkopen aan de provincie. Bij de gronden die ook op de kaart Essentiële percelen met schadeloosstelling staan wordt bij aankoop niet alleen de grondwaarde, maar ook de overige kosten vergoed. Bij deze percelen kan er, als zelfrealisatie of vrijwillige verkoop niet lukt, op termijn door de provincie een onteigeningsprocedure worden opgestart. Vanzelfsprekend gaat de provincie graag in gesprek, neem hiervoor contact op met de Vraagbaak.
Lees welke ondersteuning en instrumenten beschikbaar zijn of komen.
Voor de gronden in een stikstofreductiezone van 250 meter rondom zes stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden geldt, bij een positief besluit van Provinciale Staten in november 2026, vanaf 1 januari 2029 een norm voor het uitrijden van 100 kg stikstof/ ha/ jaar uit dierlijke mest en een verbod op het gebruik van kunstmest en renure. Boven het uitrijden van 100 kg mag met beweiding aangevuld worden. We ontwikkelen nog een alternatief met een emissiefactor van 17 kg/ha bij het uitrijden van mest mogelijk. Op deze kaart staat over welke percelen het gaat.
Het is nog niet helemaal duidelijk, maar de kans is groot dat in de stikstofreductiezone van 250 meter meer maatregelen nodig zijn voor natuurontwikkeling en aanpassingen aan het watersysteem. De provincie gaat verder met of start in 2027 diverse deelgebiedsprocessen waarin dit duidelijk moet worden. De agrariërs in deze deelgebieden worden betrokken bij de verkenning en verdere uitwerking van de plannen.
Ook zijn diverse percelen rondom N2000-gebieden aangewezen als gronden die essentieel zijn voor natuurontwikkeling. Eigenaren van essentiële percelen hebben de mogelijkheid om met subsidie zelf natuur te realiseren of zij kunnen hun gronden verkopen aan de provincie.
Op diverse locaties in de provincie zijn er meer maatregelen nodig voor natuurontwikkeling (NNN, Groene Contour, Beekdalherstel, etc). Ook wordt in veel polders het waterpeil verhoogd om de CO2-uitstoot door afbraak van veen te verminderen. Afhankelijk van de exacte maatregel heeft dit effect op de bedrijfsvoering. De provincie gaat verder of start in 2027 diverse deelgebiedsprocessen waarin dit duidelijk moet worden. De agrariërs in deze deelgebieden worden betrokken bij de verkenning en verdere uitwerking van de plannen.
Niet-grondgebonden veehouderij
Elke niet-grondgebonden-veehouderij (of hokdierbedrijf) moet, bij een positief besluit van Provinciale Staten in november 2026, ervoor zorgen dat bestaande stallen per 1 januari 2035 80% minder ammoniak uitstoten dan een traditioneel (niet emissiearm) stalsysteem. Nieuwe stallen moeten, afhankelijk van de diersoort, voldoen aan de norm van 90 tot 95% minder ammoniak uitstoten dan een traditioneel (niet emissiearm) stalsysteem. Dit wordt geborgd via een emissieplafond per gerealiseerde dierplaats.
Om te kunnen voldoen aan deze normen is de toepassing van en investering in hoogtechnologische systemen vaak de enige mogelijkheid. Hierbij kan het gaan om verbeterde stalontwerpen en/of om na-geschakelde technieken zoals luchtwassers. Ook met voer- en managementmaatregelen kan nog een reductie gerealiseerd worden.
- Lees paragraaf 2.2 uit Bijlage VIII bij het UPLG voor meer achtergrondinformatie hoe de normen voor niet-grondgebonden-veehouderij tot stand zijn gekomen.
- Lees hier welke ondersteuning en instrumenten beschikbaar zijn of komen.
Deze vorm van (biologische) landbouw kan niet met een gesloten stalsysteem werken in verband met de vereisten voor biologische niet-grondgebonden veehouderij of een beter leven keurmerk. Deze bedrijven kunnen een uitzonding vragen op de normen voor ammoniakuitstoot.
Lees paragraaf 2.2 uit Bijlage VIII bij het UPLG voor meer achtergrondinformatie hoe de normen voor niet-grondgebonden-veehouderij tot stand zijn gekomen.
Fruitteelt
Voor het bestaande areaal van de fruitteelt geldt, bij een positief besluit van Provinciale Staten in november 2026, geen verbod op het gebruik (of uitrijden) van kunstmest en Renure in of rondom de 250-meter zone van een N2000-gebied. Uitbreiding van niet-biologische fruitteelt is niet mogelijk.
Het is nog niet helemaal duidelijk, maar de kans is groot dat in de stikstofreductiezone van 250 meter meer maatregelen nodig zijn voor natuurontwikkeling. Ook komen er aanpassingen aan het watersysteem. Dit kan (vergaande) gevolgen hebben op de fruitbomen. De provincie gaat verder of start in 2027 diverse deelgebiedsprocessen waarin dit duidelijk moet worden. De fruittelers in deze deelgebieden worden betrokken bij de verkenning en verdere uitwerking van de plannen.
In veel van de Natura 2000-beheerplannen in onze provincie bestaat nu nog een vrijstelling voor het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen. In 2025 is er een rechterlijke uitspraak gedaan die aangeeft dat er geen uitzondering wordt gemaakt op deze ‘strenge’ juridische norm. Momenteel zijn wij bezig de vijf Natura 2000- beheerplannen, waar we als provincie Utrecht voortouwnemer van zijn, te actualiseren. De verwachting is dat de vrijstelling niet kan worden voortgezet, omdat negatieve effecten op voorhand niet kunnen worden uitgesloten. In het kader van de actualisatie van de Natura 2000-beheerplannen zijn direct omwonenden hierover geïnformeerd. Ook brengen wij het vervallen van vrijstellingen in bij de actualisatie van de beheerplannen van de andere Natura 2000-gebieden, waar onze buurprovincies voortouwnemer van zijn. Een vergelijkbare situatie van het vervallen van vrijstellingen geldt voor de grondwateronttrekkingen in de omgeving van de Natura 2000-gebieden die in hun kwaliteiten afhankelijk zijn van grondwater.
Op diverse locaties in de provincie zijn er meer maatregelen nodig voor natuurontwikkeling (NNN, Groene Contour, Beekdalherstel, etc). Denk bijvoorbeeld ook aan diverse polders waar het waterpeil verhoogd om de CO2-uitstoot door afbraak van veen te verminderen. Dit kan (vergaande) gevolgen hebben op de fruitbomen. De provincie gaat verder of start in 2027 diverse deelgebiedsprocessen waarin dit duidelijk moet worden. De fruittelers in deze deelgebieden worden betrokken bij de verkenning en verdere uitwerking van de plannen.
Sierteelt
Bij een positief besluit van Provinciale Staten in november 2026 is per 1 januari 2027 het omzetten van landbouwgrond naar sierteelt (inclusief bollenteelt) en verpachting van grond ten behoeve van sierteelt (inclusief bollenteelt) niet meer mogelijk. Omschakeling is wel mogelijk voor bedrijven die zonder chemisch-synthetische gewasbeschermingsmiddelen werken. De regel (artikel 8.1, lid 1, onder c) treedt in werking op 1 januari 2027. Onder sierteelt worden bloembollen- en knollen, bloemkwekerijgewassen en boomkwekerijgewassen en vaste planten verstaan. Fruitbomen zijn uitgezonderd van de regel.
Beschikbare ondersteuning en instrumenten UPLG
De provincie stelt meerdere vormen van ondersteuning en instrumenten ter beschikking richting agrariërs om de transitie van het landelijk gebied mogelijk te maken.
Ondersteuning
Agrarische ondernemers kunnen met hun vragen aan de provincie terecht bij de Vraagbaak Landbouw. De relatiebeheerders van de Vraagbaak Landbouw zijn het centrale aanspreekpunt voor agrariërs. Voor vragen over o.a. beleid, vergunningverlening en subsidies. Meer informatie over de Vraagbaak Landbouw vindt u op deze pagina.
De plattelandscoaches zijn bedoeld voor agrarische ondernemers en erfeigenaren om hen te helpen bij toekomstgerichte keuzes. Een agrariër kan met bedrijfsmatige of persoonlijke vragen terecht bij deze coaches. Zij functioneren onafhankelijk van de provincie en bieden de agrariër en zijn of haar familie hulp bij het zoeken naar oplossingen. De thema’s zijn onder andere het maken van toekomstplannen, bedrijfsopvolging, ruimtelijke ordening, verduurzaming, verbreding en bedrijfsbeëindiging. Meer informatie hierover is te vinden op deze pagina over Plattelandcoaches.
Vanaf het najaar 2026 ondersteunt de provincie het opstellen van bedrijfsplannen. Dit gebeurt op basis van uw ideeën over hoe u zelf de ontwikkeling van uw bedrijf ziet. Altijd met een link naar de duurzaamheidsdoelen en uiteraard met bedrijfseconomische aspecten. In 2026 zal dit aanbod voor een beperkt aantal veehouders beschikbaar zijn, met name deelnemers aan een van de Fieldlabs en bedrijven in de stikstofzone. Zodra de vergunningverlening weer op gang komt zal het aanbod worden uitgebreid. Voor vragen kunt u terecht bij Vraagbaak Landbouw.
U kunt meedoen aan de Utrechtse Monitor Duurzame Landbouw. De UMDL geeft inzicht in milieuprestaties op het eigen bedrijf voor onder meer stikstof, broeikasgassen en natuurinclusiviteit. Na het invullen van uw bedrijfsgegevens (voor een groot deel op basis van de Kringloopwijzer) en met behulp van 15 Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s) kunt u zien hoe goed uw bedrijf scoort. Dat is uw vertrekpunt. De UMDL wordt uitgevoerd door de agrarische natuurcollectieven in samenwerking met een aantal experts. U bespreekt u data met een expert en eventueel met collega's. De data worden alleen anoniem aan de provincie gerapporteerd. Samen met collega boeren, de experts en eventueel het opstellen van een Duurzaam Bedrijfsplan kunt u de komende jaren aan de slag met het stap voor stap verbeteren van de duurzaamheidsprestaties. Deelname aan de UMDL is vrijwillig. Afhankelijk van de prestaties ontvangen deelnemers een stimuleringsbijdrage. Op deze pagina is meer informatie over de UMDL te vinden. Of bekijk deze video van Agrio TV: Nieuw KPI-beloningssysteem voor Utrechtse boeren (YouTube).
Voor Fruittelers is de Utrechtse Monitor Duurzame Landbouw Fruitteelt beschikbaar. De UMDL Fruitteelt geeft inzicht in de duurzaamheidsprestaties van uw fruitteeltbedrijf voor onder meer gewasbescherming, biodiversiteit, waterkwaliteit, klimaat en bodem. Door uw bedrijfsgegevens in te vullen en aan de hand van 17 Kritische Prestatie Indicatoren (KPI's) ziet u hoe uw bedrijf scoort.
De UMDL Fruitteelt wordt uitgevoerd in samenwerking met de agrarische collectieven, adviseurs en experts uit de fruitteeltsector. U bespreekt de resultaten met een expert en kunt ervaringen uitwisselen met andere fruittelers. De data wordt alleen anoniem aan de provincie gerapporteerd.
Samen met collega-fruittelers en experts kunt u de komende jaren stap voor stap werken aan het verbeteren van de duurzaamheidsprestaties van uw bedrijf. Deelname aan de UMDL Fruitteelt is geheel vrijwillig. Afhankelijk van de behaalde prestaties ontvangen deelnemers een stimuleringsbijdrage. Deelname aan de UMDL Fruitteelt is nog mogelijk. Op deze pagina vindt u meer informatie.
Financiële- en grondinstrumenten
Nadeelcompensatie is een vergoeding voor onevenredige schade die ontstaat door rechtmatige overheidsmaatregelen, zoals het invoeren van mestbeperkingen in en rondom N2000-gebieden. Schade kan komen door daling van de grondwaarde, gebruiksbeperkingen of extra bedrijfskosten, voor zover deze schade het normale ondernemersrisico overstijgt. Alle grondeigenaren kunnen een verzoek tot nadeelcompensatie indienen nadat de Provinciale Staten in november de gewijzigde Verordening provincie Utrecht heeft vastgesteld. Voor die tijd zal de provincie via haar website meer inzicht geven in de procedure en hoe de provincie grondeigenaren kan ondersteunen bij het indienden van een verzoek.
Er is een regeling in ontwikkeling voor herwaardering van landbouwgrond. Dit houdt in dat er op landbouwpercelen een kwalitatieve verplichting wordt gevestigd en dat het waardeverschil dat hierdoor ontstaat, wordt vergoed. Dit is een vrijwillige regeling die voor bepaalde bedrijven goed kan werken om beter te kunnen omgaan met bijvoorbeeld nattere omstandigheden of beperkingen rondom mestgebruik. De gezamenlijke provincies hebben momenteel een modelregeling voorgelegd aan de Europese Commissie. Zodra die groen ligt geeft zullen we deze regeling ook voor Utrecht opstellen en meer informatie delen.
Let op! Voor agrariërs die te maken krijgen met een verplichting vanuit de overheid, zoals de stikstofregels in stikstofzones, geldt eerst het traject voor nadeelcompensatie. Daarna kan eventueel dit vrijwillige instrument van afwaardering worden ingezet.
Om verduurzaming en bedrijfsontwikkeling samen te laten opgaan zijn vaak serieuze investeringen noodzakelijk. Hiervoor zijn regelmatig investeringssubsidies beschikbaar. Deze subsidies richten zich op een groot aantal investeringsmogelijkheden, van eenvoudige managementmaatregelen tot meer high tech innovaties. Voorbeelden zijn weidepoorten en sensoren, precisietoediening van meststoffen en gewasbescherming, potstallen en investeringen in techniek voor stallen en mest.
Veel investeringen zijn nog niet vergunbaar. Daar moeten wij rekening mee houden bij het verlenen van deze subsidies. Eind 2026 volgt een nieuwe openstelling. Het Rijk heeft aanvullend geld aangekondigd voor financiering van investeringen op het boerenerf. Houdt u voor het aanbod de website van LaMi.nl en RVO.nl in de gaten. Specifiek voor het tegengaan van bodemdaling zijn er subsidies beschikbaar voor waterinfiltratiesystemen. Op deze pagina is daarover meer informatie te vinden.
Het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) is een landelijk subsidiestelsel, waarmee via beheerpakketten gestimuleerd wordt agrarische gronden natuurvriendelijker te beheren. Dit kan bijdragen aan de doelen uit het UPLG. Zowel het Rijk als de provincie Utrecht zetten zich ervoor in om het areaal ANLb te vergroten en dus het aanbod aan agrariërs te vergroten. Op deze pagina is meer informatie over het ANLb te vinden.
Voor de aanleg en het herstel van kleine landschapselementen, inclusief groenblauwe dooradering, zijn er verschillende subsidiemogelijkheden. Op deze pagina vindt u meer informatie over dit onderwerp en de beschikbare subsidies en ondersteuning.
De provincie heeft een verplaatsingsregeling voor bedrijven die door hun verplaatsing bijdragen aan de realisatie van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) of aan de vermindering van stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden. Voor vragen over beide regelingen kunt u terecht bij de Vraagbaak Landbouw.
Voor bedrijven die overwegen te stoppen kan een regeling voor bedrijfsbeëindiging interessant zijn. Momenteel werkt het Rijk aan een de Vrijwillige beëindigingsregeling veehouderij (Vbr). De provincie heeft middelen ter beschikking voor bedrijfsbeëindiging rondom stikstofgevoelige N2000-gebieden.
Wanneer u uw bedrijf beëindigt dan kunt u ook te maken krijgen met lokale regels voor vrijkomende agrarische bebouwing (VAB). De provincie Utrecht heeft instrumenten ontwikkeld, die het voor agrarische ondernemers, particulieren en gemeenten makkelijker maken om een pand te renoveren, te slopen of de locatie een nieuwe functie te geven. Meer informatie vindt u op deze pagina.
In een drukbevolkte provincie zoals Utrecht zijn er veel kansen om de bedrijfsvoering te verbreden door bijvoorbeeld eigen verwerking van producten, huisverkoop of verkoop in de korte keten, recreatie of zorg. De provincie ondersteunt verbreding van de bedrijfsvoering door de mogelijkheden op het erf te verruimen. Hiervoor is de Leidraad voor initiatiefnemers van multifunctionele landbouw opgesteld. Daarnaast kunt u via LEADER Utrecht Oost en LEADER Weidse Veenweiden nagaan of er subsidiemogelijkheden zijn voor uw initiatief.
Momenteel worden voor een aantal gebieden grondstrategieplannen opgesteld in samenwerking met gebiedspartijen waaronder de landbouw. In enkele gebieden worden ook kavelruilprocessen uitgevoerd. U kunt ook zelf in een gebied aan de slag met een kavelruil en daarvoor ondersteuning krijgen. Dan moet de kavelruil ook bijdragen aan de UPLG-doelen. U kunt hiervoor contact opnemen met de gebiedsregisseurs. Die kunt u bereiken via de Vraagbaak Landbouw.
De provincie streeft ernaar om met haar eigen agrarische percelen verduurzaming van de landbouw te ondersteunen, ook voor jonge boeren. Wilt u grond van de provincie pachten, dan vindt u op de website van Pachtportaal alle informatie.
Vanuit het Rijk zijn er diverse instrumenten beschikbaar. Vaak zijn die aanvullend aan die van de provincie zoals kennisregelingen en bedrijfsplannen. Maar het Rijk kent ook specifieke regelingen die ingezet kunnen worden. Momenteel staat de Subsidieregeling extensivering melkveehouderij (Sem) open voor aanvragen. Tot slot voor alle rijksregelingen verwijzen we u naar Landbouw | RVO.nl.