Regionaal Programmeren

De provincie Utrecht blijft groeien. Om de woningvoorraad in de provincie Utrecht op peil te krijgen, is het niet voldoende om alleen bestaande woningbouwplannen uit te voeren. Er is ook nieuwe ruimte nodig voor woningbouwontwikkeling. Daarom maakt de provincie samen met gemeenten en regio’s programma’s voor de woningbouw in de regio’s voor de langere termijn. Dat doen we via het proces van ‘regionaal programmeren’. De regionale programma’s worden jaarlijks  gemonitord, geëvalueerd en geactualiseerd.

De ruimte in onze drukbevolkte provincie is beperkt. Het is een complexe puzzel om alle ruimtevragers, waaronder woningbouw,  een plek te geven. Hoe we de puzzelstukjes in elkaar passen staat beschreven in de Ontwerp provinciale Omgevingsvisie. Eén belangrijk uitgangspunt is dat we  de opgaven voor wonen, werken en bereikbaarheid in samenhang bezien. Hierbij maken we de combinatie met  andere opgaven, zoals energietransitie en groen.

Omgevingsvisie

In de provinciale Omgevingsvisie  staat onder andere dat we de woningen voor een groot deel binnen het bestaande stedelijke gebied (van steden en dorpen) en in de buurt van openbaar vervoersknooppunten  willen realiseren. Om de benodigde  grote aantallen woningen te kunnen bouwen, is het een randvoorwaarde dat er de komende tijd extra aandacht is voor de benodigde investeringen in bereikbaarheid en infrastructuur. Daarvoor werken we nauw samen met het Rijk in het programma U Ned.

De systematiek van regionaal programmeren voor wonen en werken staat ook beschreven in de Ontwerp Provinciale Omgevingsvisie.

Programma’s wonen en werken

In aansluiting op de (Ontwerp) Omgevingsvisie en (Ontwerp) Interim omgevingsverordening heeft Provinciale Staten een Kader voor de regionale programmering wonen en werken vastgesteld. Gemeenten en provincie stellen op basis van dit kader en  andere visies en strategieën regio en gemeenten een regionaal programma op. Hierbij worden ook andere partijen betrokken. 

In het kader staat dat in het regionale programma aandacht moet worden besteed aan kwalitatieve aspecten,  zoals 50 % woningen in het sociale en middeldure segment, een evenwichtige groenontwikkeling, energieneutrale nieuwbouw, klimaatadaptatie, circulaire woningbouw, leefbaarheid en inclusiviteit: woningen die passen bij de behoeften en levensfase van inwoners. Daarnaast is per regio een bandbreedte opgenomen voor het aantal woningen dat kan worden opgenomen in het programma.  

De essentie van de regionale programma’s wordt opgenomen in een provinciaal programma, dat door GS wordt vastgesteld. Daarbij werken we in een cyclisch proces: op basis van monitoring en evaluatie worden de regionale programma’s en het provinciale programma elk jaar bijgesteld.