In de provincie Utrecht hebben we steeds vaker te maken met planten en dieren die hier van nature niet thuishoren. Zij komen vooral met transporten mee of worden naar ons land gebracht om als huisdier, tuin- of vijverplant te worden verkocht. Vervolgens kunnen ze via consumenten in natuur, water of openbare ruimte terecht komen.
Een aantal van deze soorten blijkt zich hier in het wild te kunnen vestigen en voor problemen te zorgen. Het gaat dan vooral om soorten die zich snel vermenigvuldigen en verspreiden en in Nederland geen natuurlijke vijanden hebben. Hun aanwezigheid leidt tot negatieve effecten op de biodiversiteit. In dat geval spreken we van invasieve exoten.
Unielijst
Op Europees niveau is dit gevaar als een gezamenlijk probleem onderkend. Om de verspreiding van invasieve exoten een halt toe te roepen is daarom een EU-verordening tot stand gekomen die de lidstaten verplicht om maatregelen te treffen voor soorten die zijn aangewezen middels de zogenaamde Unielijst Invasieve Exoten. Regelmatig worden soorten die een negatieve impact op de biodiversiteit hebben of kunnen gaan hebben aan deze dynamische lijst toegevoegd. Het Rijk heeft in 2017 een deel van de taken uit de Europese verordening overgedragen aan de provincies.
De invasieve exoten zijn onderverdeeld in 3 categorieën:
De Unielijst wordt opgesteld voor heel Europa, en omdat de klimaten en biotopen verschillen kunnen er soorten op de Unielijst staan die zich niet in Nederland kunnen vestigen onder de huidige omstandigheden. Een voorbeeld hiervan is de kuifmaina (een vogel die oorspronkelijk afkomstig is uit Zuid-China en Zuid-Oost Azië), die zich inmiddels wijdverspreid gevestigd heeft in Portugal. Ontsnapte exemplaren hebben in Nederland geen stand weten te houden. Sommige soorten van deze categorie waren tijdelijk wel in Nederland aanwezig, maar zijn inmiddels effectief uitgeroeid. Voorbeelden hiervan zijn de Amerikaanse stierkikker, de huiskraai en de smalle theeplant. Provincies zijn verantwoordelijk om deze soorten direct aan te pakken als deze gemeld worden via bijvoorbeeld waarneming.nlexterne link.
Onder deze categorie vallen de invasieve exoten die zich inmiddels wel gevestigd hebben en zich voortplanten, maar waarvan het nog realistisch is om te streven naar uitroeiing. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de rosse stekelstaart, moeraslantaarn of zijdeplant. Provincies zijn verantwoordelijk om deze soorten aan te pakken als deze gemeld worden via bijvoorbeeld Waarneming.nl, in ieder geval zolang het realistisch is om te streven naar uitroeiing.
Sommige soorten invasieve exoten waren al invasief aanwezig in de natuur voordat wet- en regelgeving in werking trad. Zij hebben zich daarom al zo wijds weten te verspreiden dat complete uitroeiing ervan niet meer realistisch is. Denk hierbij aan reuzenberenklauw, Aziatische duizendknopen, reuzenspringbalsemien of waterwaaier. De Europese wetgeving stelt dat lidstaten zelf afwegingen mogen maken tussen de negatieve impact van de aanwezigheid van de soort (op specifieke locaties) en de lasten die gemoeid zijn bij de bestrijding ervan.
Het gaat niet alleen om financiële kosten, maar bijvoorbeeld ook negatieve effecten op het milieu, de maatschappij of het ecosysteem. Aan deze beleidsvrijheid mogen provinciebesturen zelf invulling geven. De provincie is niet enige partij die verantwoordelijk is voor deze categorie soorten; ook waterschappen, gemeenten, terreinbeherende organisaties en andere grondeigenaren en -beheerders moeten deze soorten beheersen en verdere verspreiding zoveel mogelijk voorkomen.
Provinciale grondslag: Biodiversiteit
Provincies bestrijden en beheersen invasieve exoten om de biodiversiteit te beschermen. Dit houdt in dat provincies voor de al wijdverspreide soorten bestrijdingsprojecten prioriteren in natuurgebieden en/of gebieden met biodiversiteitsbelang. Exoten in provinciale wegbermen krijgen alleen prioriteit wanneer hun aanwezigheid leidt tot verkeersonveiligheid (bijvoorbeeld door overhangen planten, of slecht doorzicht in een bocht door de hoge begroeiing).
Sommige exoten zijn vooral bekend om hun negatieve effecten op andere belangen dan de biodiversiteit. Denk hierbij bijvoorbeeld aan termieten die houten infrastructuren verzwakken, tijgermuggen die ziektes overbrengen of exotische mieren die bestratingen ondergraven. Deze soorten vallen niet onder het Uitvoeringsprogramma Invasieve Exoten.
Internationale en interprovinciale samenwerking
Invasieve exoten houden zich uiteraard niet aan lands- of provinciegrenzen. Voor soorten zoals de wasbeer en de Aziatische hoornaar is er daarom nauw contact met onze buurlanden, en voor de rosse stekelstaart zelfs met het Verenigd Koninkrijk. Ondanks dat provinciebesturen beleidsvrijheid hebben hoe om te gaan met bepaalde gevestigde exoten wordt er interprovinciaal wel afstemming gezocht. Via de Taakgroep Invasieve Exoten delen we informatie, ervaringen en actualiteiten zodat de opmars van invasieve exoten zo efficiënt mogelijk gevolgd en (hopelijk) voorkomen kan worden.
Heeft u een voorjaarsnest in uw tuin? Meld het op waarneming.nl. Heeft u overlast van dit nest en wilt u het daarom verwijderd hebben? Vraag een lokale imker of bestrijder om hulp.
De Aziatische hoornaar (Vespa velutina) is een invasieve exoot die sinds een aantal jaren in Nederland wordt aangetroffen. De hoornaar is vooral schadelijk voor honingbijen, wespachtigen, vliegen en muggen. Omdat de Aziatische hoornaar een alleseter is hangt het dieet deels af van de lokaal aanwezige insectsoorten. Hierdoor kan de predator ook een extra bedreiging vormen voor bedreigde inheemse insecten.
Herkenning
In Nederland komen zowel de Europese als de Aziatische hoornaar voor. De Aziatische hoornaar is een invasieve exoot, de Europese niet. Beide soorten lijken op elkaar, maar er zijn wel verschillen.
Bijvoorbeeld een verschil in lengte. De Europese hoornaar is tussen de 3 en 4 centimeter lang en is daarmee een stuk groter dan een limonadewesp. De Aziatische hoornaar is tussen de 2 en 3 centimeter lang en dus kleiner dan een Europese hoornaar, maar groter dan een Duitse wesp (ook wel limonadewesp genoemd).
Daarnaast verschillen de twee hoornaars van kleur. De Europese hoornaar is rood, bruin en geel van kleur. De kop en het middenstuk zijn roodbruin, net als de poten en antennes. De Aziatische hoornaar is zwart met geel en vooral de gele poten zijn kenmerkend. De antennes zijn zwart.
Het verschil in grootte en kleur tussen een honingbij, Duitse wesp, Aziatische hoornaar en Europese hoornaar naast een euromunt als referentie. Bron: Vespawatch.
Voorjaars- en zomernest
De Aziatische hoornaar houdt een winterslaap en maakt twee nesten per jaar. In het voorjaar komt de koningin uit haar winterslaap en maakt een eerste nest: het voorjaarsnest (ook wel primair nest genoemd). Dit nest heeft het formaat van een pingpongbal tot een volleybal en wordt gemaakt in beschutte plekken zoals onder afdakjes, in schuren en in nestkastjes. De voorjaarsnesten worden bewoond door de koningin en meestal ook door enkele werksters en broedsels.
In de zomer wordt het tweede nest gebouwd: het zomernest (ook wel secundair nest genoemd). Deze nesten worden vaak hoog in de bomen gebouwd en kunnen de grootte van een skippybal bereiken. Deze nesten worden ook bewoond door koningin, werksters en broedsel. Deze kolonie is een stuk groter dan in het voorjaar. In het najaar worden ook mannen en nieuwe koninginnen geboren. Eenmaal klaar om te gaan, vliegen de mannen en nieuwe koninginnen uit, paren ze en scheiden hun wegen. De mannen en de rest van het nest gaan dood, terwijl de gepaarde koninginnen in winterslaap gaan. Daarna begint de cyclus weer opnieuw. Het voorjaarsnest wordt in juni/juli verlaten en het zomernest uiterlijk in november. De Aziatische hoornaar keert niet terug op deze nesten.
Opsporing en verdelging van nesten
Tot en met 2025 was de provincie actief met opsporing van nesten. Met ingang van 2026 stopt dit. De Aziatische hoornaars verspreiden zich zo snel dat bestrijden geen zin heeft. Elk nest (dat niet wordt verdelgd) leidt tot 7 á 8 nieuwe nesten in het volgende seizoen. Ook de kosten voor het verwijderen nemen hierdoor aanzienlijk toe. Omdat de Aziatische hoornaar in principe geen bedreiging vormt voor mensen, worden de nesten niet meer opgespoord en alleen nog verwijderd als de hoornaars voor overlast zorgen en in en om Natura 2000-gebieden.
Zomernest van Aziatische hoornaars. Foto: Rob Voesten
Gevaarlijk?
In principe is een Aziatische hoornaar niet gevaarlijker dan een limonadewesp of Europese hoornaar. Voor alle drie de soorten geldt vooral dat ze meestal niets doenals zij met rust gelaten worden. De dieren worden alleen defensief, en uiteindelijk mogelijk agressief, bij dreigend gevaar voor het nest of voor een individu. Het advies is wel om voorzichtig te zijn in de buurt van een nest van de Aziatische hoornaar, net zoals je ook voorzichtig moet zijn in de buurt van een nest van een andere wespensoort.
Een steek van de Aziatische hoornaar is wel pijnlijk, maar niet direct gevaarlijk. Bij meerdere steken of bij een allergische reactie kan het wel gevaarlijk zijn. Aziatische hoornaars worden in het voorjaar gezien (koninginnen) en in de zomer tot in de herfst (werksters). De nesten kunnen zijn vooral in het voorjaar zichtbaar. Dit is de periode waarin het eerste nest gebouwd wordt op locaties in de buurt van mensen. In zomer is de kans op interactie tussen Aziatische hoornaars en mensen kleiner, omdat de zomernesten vooral in boomtoppen gebouwd worden.
Wat te doen bij het zien van een hoornaar?
In het voorjaar kunnen koninginnen die net uit winterslaap komen, opduiken in huis of in de tuin. Ze bouwen daar een voorjaarsnest van enkele centimeters doorsnee. Het ziet eruit als een klein kapje met daaronder wat open raten of een bolletje. Vindt u in uw schuur of onder het afdak zo'n voorjaarsnest? Maak dan een foto van de hoornaar(s) waarop kenmerken als vorm, kleur en poten te onderscheiden zijn en voeg deze als bijlage toe aan uw melding op waarneming.nl. Alleen waarnemingen met foto kunnen door deskundigen worden beoordeeld. De deskundigen van waarneming.nl kunnen u vertellen of het om een inheemse of Aziatische hoornaar gaat. Dood daarom geen hoornaar voor u terugkoppeling hebt, want dat kan de biodiversiteit schaden. Het voorjaarsnest wordt in juni/juli verlaten, waarna de Aziatische hoornaar hoog in een boom een zomernest zal bouwen. De Aziatische hoornaar keert het volgende jaar niet terug naar bestaande nesten. Als u het voorjaarsnest toch wilt verwijderen, neem dan contact op met een bestrijder.
Bestrijding Aziatische hoornaar
De Aziatische hoornaar is opgenomen in de Europese Unielijst, een bijlage van de Europese Exoten verordening (nummer 1143/2014). Deze verordening is opgesteld om de Europese biodiversiteit te beschermen tegen invasieve exoten. De uitvoering ervan is in Nederland overgedragen aan de provincies.
Provincie Utrecht bestrijdt de Aziatische hoornaar om de biodiversiteit te beschermen. Omdat de Aziatische hoornaar zich inmiddels gevestigd heeft, geldt niet langer de doelstelling om de Aziatische hoornaar geheel uit te roeien. In plaats daarvan bestrijden we vanaf 2027 gericht de (zomer)nesten in en om Natura 2000-gebieden om de biodiversiteit te beschermen. In 2026 zal de provincie Utrecht ook nog nesten die een acuut steekgevaar opleveren bestrijden. Bijvoorbeeld op drukbezochte plekken zoals speeltuinen, schoolpleinen, sportvelden, campings en recreatiegebieden. Vanaf 2027 nemen gemeenten deze rol over, omdat zij als bevoegd gezag verantwoordelijk zijn voor een veilige leefomgeving. Om hen in deze overgangsfase te ondersteunen, betaalt de provincie in 2026 nog alle bestrijdingskosten.
Imkers
Aziatische hoornaars eten voornamelijk honingbijen, waardoor imkers veel schade en overlast van de Aziatische hoornaars ervaren. Imkers zetten zich dan ook vrijwillig in om vroege voorjaarsnesten te verwijderen. Tot en met 2025 stelde de provincie Utrecht middelen zoals zoekkits beschikbaar aan deze zoekgroepen. Nu bestrijding zich richt op nesten in en om natuurgebieden, wordt de ondersteuning aan imkers stopgezet. Zij kunnen hun korven beschermen door het plaatsen van bijvoorbeeld elektrische harpen, muilkorven of vliegopeningverkleiners. Omdat het houden en beschermen van honingbijen geen of zeer beperkt biodiversiteitsbelang dient, zijn er vanuit de provincie geen financieringsmogelijkheden.
Zomernest van een hoornaar.
Tijdlijn seizoen Aziatische hoornaars
April - juni: de eerste koninginnen vliegen uit en voorjaarsnesten worden gebouwd. Juli - oktober: de zomernesten worden gemaakt September - november: koninginnen en mannen vliegen uit en paren. November - maart: alleen de koninginnen overleven en gaan in winterslaap.
Vestiging Aziatische hoornaars in Utrecht
2020: Eerste Aziatische hoornaarsnest gemeld in Veenendaal. Dit nest is op tijd verwijderd. 2021: Geen nesten waargenomen. 2022: Tweede Utrechtse Aziatische hoornaarnest wordt gemeld in Leersum. Dit nest is in november, dus na het uitvliegen van de koninginnen, gevonden. 2023: Zeven nesten (voorjaar en zomer) verwijderd. 2024: 72 van de 91 nesten (op tijd) verwijderd. 2025: 387 van de 490 nesten (op tijd) verwijderd.