Van varkensstal naar natuurparadijs

Laatst bijgewerkt:

Ooit was het een varkensstal. Nu staat er op diezelfde plek in Leerdam een houten huis met een Zweeds karakter. Bewoners Trudy en Bert kochten het perceel in 2016. Mede met subsidie van de provincie creëerden ze een natuurparadijs, waar een wilgengriend en struweelranden het landschap weer karakter geven en waar de sloten nu vol leven zijn.

Bert en Trudy in een grasland. Trudy heeft lachend een plantje vast.
Bert en Trudy op hun land. Beeld: Hanne Hansen. 

Terwijl Trudy koffiezet, vertelt ze hoe de ijsvogel vanmorgen weer bij het slootje zat. “We hebben een lange tak in de waterkant gestoken waar hij tijdens het vissen kan zitten. Vanuit de woonkamer genieten we er elke dag van.” Bij de sloot waggelt een eend met kleintjes en vliegen vlinders en libellen. Naast de moestuin, waar eens de varkensstallen stonden, grazen schapen en scharrelen kippen in een boomgaard. “We hebben acht hoogstamfruitbomen geplant: één voor elk kleinkind en één voor ons samen.” 

Een unieke kans in het buitengebied

In 2014 kregen Bert en Trudy – allebei 79 – de mogelijkheid om in polder Nieuw-Schaik een kavel met varkensstal te kopen. De stal mocht plaatsmaken voor een woning met bijgebouwen. “Dit was een unieke kans”, zegt Bert. “Ik ben hier opgegroeid en droomde ervan een houten huis te bouwen.” Het stel kocht de grond en later nog vier stukken land. “Vijf hectare in totaal, dat zijn tien voetbalvelden”, rekent Bert. “Maar het gaat ons niet om de grootte,” vult Trudy aan. “We willen er natuur van maken, zodat planten en dieren hier weer ruimte krijgen”. Een initiatief dat onder meer kan rekenen op financiële steun van de provincie, omdat het bijdraagt aan de doelstellingen voor meer en betere natuur. De provincie heeft hiervoor de hulp van grondeigenaren, zoals Bert en Trudy, hard nodig. 

Een struweelrand geef het landschap karakter, maar is ook een schuilplek voor insecten en andere dieren.

Bert Verhoef

Een houten huis met Scandinavische inspiratie 

In 2018 is het huis klaar. De bouwstijl is geïnspireerd op Zweden, waar het echtpaar jaarlijks komt. De karakteristieke roodgeverfde rabatdelen aan de buitenkant zijn daar een voorbeeld van. “Voor het huis zijn negentig boomstammen gebruikt. Die komen van landgoederen uit Brabant”, vertelt Bert. “Ze zijn in drie dagen tot planken gezaagd.” De stroom komt van 28 zonnepanelen en de verwarming is volledig elektrisch, via ramen met onzichtbare draadjes. Dat werkt als een autoruitverwarming en is speciaal voor ons in Finland gemaakt.” 

Kennis van landbouw en natuur 

De liefde voor natuur zat er bij Bert al van jongs af aan in. Na de middelbare landbouwschool ging hij daarom naar de hogere bosbouwschool. “Die gecombineerde kennis van landbouw én natuurbeheer kwam goed van pas bij Natuurmonumenten, waar ik 35 jaar heb gewerkt. Ik was er verantwoordelijk voor natuurontwikkeling en aankoop van grond, waarbij het meestal om agrarische grond ging. Dan is het belangrijk dat je de taal van boeren spreekt, anders bereik je niets.” Bert kon zijn deskundigheid ook gebruiken bij de natuurontwikkeling rond het nieuwe huis, waar hij veel ideeën voor had. 

Waterpeil in eigen hand 

“Als eerste stap heb ik het waterschap gevraagd of ik het waterpeil zelf mocht regelen”, vertelt Bert. Dat wordt ’s winters lager gehouden dan in de zomer, omdat het praktischer is voor boeren. “Maar voor planten en dieren is het beter als het peil meebeweegt met de seizoenen.” Met onder meer de hulp van een Bosmanmolentje, een kleine poldermolen, beheert Bert nu zelf het peil. De gemaakte kosten werden gedekt met subsidie voor herstel van leefgebieden van bedreigde soorten. De sloten worden sindsdien gefaseerd schoongemaakt, zodat schuilplekken en voedsel voor dieren blijven. “Met succes: we hebben bittervoorn, kleine modderkruiper en zelfs een keer de zeldzame kroeskarper gezien.” Ook oeverplanten als de zwanenbloem zijn teruggekeerd. 

Kleine metalen molen in landelijk gebied met water
Bosmanmolentje om het waterpeil te beheren, op het land van Bert en Trudy. Beeld: Hanne Hansen. 

Een halve hectare wilgengriend 

De grote trots van het paar is de halve hectare wilgengriend met zes wilgensoorten. “Die hebben we samen met onze kleinkinderen aangelegd. Zo’n griend is een landschapselement dat echt bij deze streek hoort”, vertelt Trudy. “Het hout werd vroeger gebruikt voor onder meer schuttingen en manden. Maar het is ook ecologisch waardevol: de dichte begroeiing biedt dieren een veilige plek.” 

Vanuit de woonkamer genieten van elke dag van de ijsvogel bij het slootje.

Trudy Verhoef

Struweelrand als natuurlijk windscherm 

Op het terrein is ook een struweelrand aangelegd. “Een struweel vormt de overgang van landbouwgrond naar natuur”, legt Bert uit. Het bestaat uit wilgen en zwarte populieren, met daaronder struiken zoals meidoorn, sleedoorn, hazelaar en Gelderse roos. “Allemaal soorten die hier thuishoren. Een struweelrand vangt wind en geeft het landschap karakter, maar het is hier ook een schuilplek voor insecten en vlinders, zoals het oranjetipje en de kleine vos.” 

Kleine landschapselementen 

Voor zowel de wilgengriend als de struweelrand kreeg Bert subsidie die valt onder de regeling ’Leefomgeving landelijk gebied provincie Utrecht’. Deze regeling is ook bedoeld voor aanleg van kleine landschapselementen en is vooral aantrekkelijk voor particulieren met agrarische grond. De provincie stelt dit geld beschikbaar, omdat landschapselementen bijdragen aan de ambitie voor aanleg van 1.500 hectare nieuw bos in 2040. Voor het aanvragen van de subsidie kreeg Bert hulp van het agrarisch collectief Alblasserwaard/Vijfheerenlanden, waar hij lid van is. “Maar ik moest vooraf veel zelf uitzoeken en regelen. Ook kreeg ik te maken met verschillende overheden, zoals gemeente, provincie en waterschap.” Wie zelf niet thuis is in dit regelwerk, mag hiervoor op kosten van de provincie een deskundige inhuren.

Woonhuis en zweedse schuur in het landelijk gebied.
Woonhuis en schuur van Bert en Trudy Verhoef in Leerdam. Beeld: Hanne Hansen. 

Samenwerken en vooruitkijken 

Bert en Trudy zijn zelf nog volop actief met het beheer en de verdere ontwikkeling van het gebied. Maar over hun opvolging hebben ze al nagedacht: “Als bosbouwer plant je voor de volgende generatie en ben je gewend vooruit te kijken. We verwachten niet dat onze kinderen dit van ons over zullen overnemen. Daarom werken we aan rangschikking van het landgoed onder de Natuurschoonwet. Dan is het beschermd en weten we zeker dat onze natuur nog voor vele jaren behouden blijft."