Blog door gedeputeerde Rob van Muilekom
Afgelopen week luisterde ik naar een podcast over Dolly Parton, die eind augustus overleed. Natuurlijk ging het over haar muziek en haar indrukwekkende carrière. Maar er was ook aandacht voor iets anders dat ze haar hele leven heeft gedaan: zich inzetten voor kinderen en lezen.
Haar vader was analfabeet en dat inspireerde Dolly om kinderen te stimuleren om te lezen. In 1995 begon ze de Imagination Library, een organisatie die gratis boeken verstuurt naar kinderen tot vijf jaar. Inmiddels zijn er wereldwijd honderden miljoenen boeken verspreid.
Dat verhaal bleef bij mij hangen. Want kunnen lezen en schrijven lijkt zo vanzelfsprekend. Totdat je het niet goed kunt. Dan kan een brief van school of het invullen van een formulier ineens een flinke drempel zijn. Dit soort basisvaardigheden gaan overigens al lang niet meer alleen over lezen en schrijven. Ook horen rekenen, omgaan met een computer of smartphone en je weg vinden in de digitale wereld erbij. Eigenlijk gaat het om iets heel eenvoudigs: iedereen moet mee kunnen doen.
Deze week, van 8 tot en met 15 september, is de Week van Lezen en Schrijven. Een goed moment om daarbij stil te staan. Niet alleen bij de vraag of iedereen kan lezen en schrijven, maar ook bij de vraag: zien we het als iemand daar moeite mee heeft? Want vaak zie je het niet aan iemand. En dat laatste is belangrijk, zeker op de werkvloer. Een medewerker die steeds opnieuw vraagt hoe iets werkt. Iemand die moeite heeft met het lezen van een rooster. Of een werknemer die niet goed uit de voeten kan met een digitaal systeem. Het kan gemakkelijk worden gezien als onhandigheid, desinteresse of gebrek aan inzet. Maar soms zit er iets anders achter.
Sterker nog: aandacht voor basisvaardigheden hoort wat mij betreft bij goed werkgeverschap.
Dat zagen we bij een pilot die de provincie Utrecht samen met partners heeft uitgevoerd bij schoonmaakbedrijf Gom. Met behulp van onder meer een potje Jenga gingen leidinggevenden en medewerkers met elkaar in gesprek over basisvaardigheden. Juist doordat het onderwerp op een laagdrempelige manier bespreekbaar werd gemaakt, kwamen signalen naar boven die anders misschien onopgemerkt waren gebleven.
Dat vind ik belangrijk. Want niemand zou zich hoeven schamen omdat iets wat voor een ander vanzelfsprekend is, voor hem of haar lastig is. En juist werkgevers kunnen hierin een verschil maken. We spreken veel over de krappe arbeidsmarkt. Over vacatures die moeilijk te vervullen zijn en over mensen die we hard nodig hebben. Dan kunnen we het ons niet veroorloven om mensen af te schrijven omdat zij moeite hebben met bepaalde basisvaardigheden.
Sterker nog: aandacht voor basisvaardigheden hoort wat mij betreft bij goed werkgeverschap.
Het begint met herkennen. Met niet te snel denken: die medewerker let niet goed op of die kan gewoon niet met een computer omgaan. Maar met de vraag: wat maakt dit lastig en wat kan ik doen om te helpen? Dat vraagt niet altijd om grote oplossingen. Soms helpt een duidelijke uitleg, een andere manier van instrueren of simpelweg de ruimte om een vraag te stellen zonder dat iemand zich daarvoor hoeft te schamen.
Als provincie willen we werkgevers daarbij helpen. De ervaringen uit onze pilot delen we daarom met andere organisaties. We ontwikkelen praktische hulpmiddelen en organiseren dit najaar samen met partners een netwerkbijeenkomst waarin werkgevers van elkaar kunnen leren.
Dolly Parton zong vaak over veerkracht, hoop en kansen. Dat sluit naadloos aan bij de boodschap van deze Week van Lezen en Schrijven: als mensen de juiste ondersteuning krijgen, kunnen zij volwaardig meedoen en hun talenten benutten. Mijn oproep aan werkgevers is daarom: wacht niet tot iemand vastloopt. Leer de signalen herkennen, maak basisvaardigheden bespreekbaar en kijk welke ondersteuning iemand nodig heeft. Wij helpen daarbij graag!